De voorzitter opent de zitting op 29/06/2026 om 20:24.
De jaarrekening 2025 van gemeente en OCMW wordt voorgelegd aan de OCMW-raad.
Decreet lokaal bestuur van 22 december 2017, meer bepaald artikel 249 en 260.
Ministerieel besluit van 26 juni 2018 over de beleids- en beheerscyclus.
Gemeenteraadsbeslissing van 17 december 2019 betreffende de vaststelling van de strategische meerjarenplanning 2020 – 2025 van gemeente en OCMW.
Gemeenteraadsbeslissing van 22 december 2020 betreffende de aanpassing van de strategische meerjarenplanning 2020 – 2025 gemeente en OCMW – aanpassing kredieten 2020 en vaststelling kredieten 2021.
Gemeenteraadsbeslissing van 21 december 2021 betreffende de aanpassing van de strategische meerjarenplanning 2020 - 2025 gemeente en OCMW - aanpassing kredieten 2021 en vaststelling kredieten 2022.
Gemeenteraadsbeslissing van 29 december 2022 betreffende de aanpassing van de strategische meerjarenplanning 2020 - 2025 gemeente en OCMW - aanpassing kredieten 2022 en vaststelling kredieten 2023.
Gemeenteraadsbeslissing van 19 december 2023 betreffende de aanpassing van de strategische meerjarenplanning 2020 - 2025 gemeente en OCMW - aanpassing kredieten 2023 en vaststelling kredieten 2024.
Gemeenteraadsbeslissing van 26 november 2024 betreffende de aanpassing van de strategische meerjarenplanning 2020 - 2025 gemeente en OCMW - Aanpassing kredieten 2024 zonder vaststellen beginkredieten.
....
Beslissing van het vast bureau van 08 juni 2026 betreffende de vaststelling van de jaarrekening 2025 van gemeente & OCMW.
De jaarrekening bestaat uit een beleidsevaluatie, een financiële nota en een toelichting.
De beleidsevaluatie van de jaarrekening geeft het beleid weer dat de gemeente en het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn gedurende het boekjaar hebben gevoerd.
De financiële nota van de jaarrekening geeft de financiële gevolgen van het gevoerde beleid weer en omvat:
De toelichting van de jaarrekening bevat alle informatie over de verrichtingen in het ontwerp van jaarrekening die relevant is voor de raadsleden om met kennis van zaken een beslissing te kunnen nemen. De toelichting bevat:
Volgende bijlagen worden toegevoegd:
De documentatie bij de jaarrekening bevat minstens:
De gemeenteraad stelt de jaarrekening vast voor 30 juni van het boekjaar dat volgt op het boekjaar waarop de rekening betrekking heeft.
Het gecumuleerd budgettair resultaat bedraagt 3.436.682 euro in de jaarrekening 2025. De autofinancieringsmarge bedraagt 1.436.944 euro in de jaarrekening 2025.
Artikel 1: De OCMW raad stelt het deel van de jaarrekening 2025 van het OCMW vast.
Artikel 2: De jaarrekening 2025 wordt overgemaakt aan de toezichthoudende overheid.
De notulen van de zitting van de OCMW-raad van 26 mei 2026 worden ter goedkeuring voorgelegd.
Enig artikel: De Voorzitter stelt vast dat er geen opmerkingen worden gemaakt. Overeenkomstig art. 32 van het decreet lokaal bestuur worden de notulen van de OCMW-raadsvergadering van 26 mei 2026 als goedgekeurd beschouwd.
Overeenkomstig art.30 §2 van het huishoudelijk reglement werd het zittingsverslag vervangen door een audio-opname. Deze wordt op de gemeentelijke website geplaatst.
Aan de OCMW-raad wordt gevraagd kennis te nemen van het zittingsverslag van de vergadering van 26 mei 2026.
Enig artikel: De raad neemt kennis van het zittingsverslag van de openbare zitting van de OCMW-raad van 26 mei 2026. Het verslag is te raadplegen op de website van de gemeente / bestuur en beleid / gemeenteraad OCMW-raad / audio video en via de link:
De deontologische code werd door de OCMW-raad op datum van 26 mei 2026 aangepast aan de laatste wijziging van het decreet lokaal bestuur, voornamelijk gericht op de oprichting en samenstelling van een deontologische commissie. In uitvoering van deze code dient een commissie opgericht te worden.
Decreet Lokaal Bestuur art. 41 (bevoegdheid) en art. 39 gewijzigd in 2023
BVR van 6 juli 2018 houdende het statuut van de lokale mandataris
Deontologische code, goedgekeurd door de OCMW-raad op 26/05/2026, art 39
Volgens art. 39 van de deontologische code bedraagt het aantal leden 1 per fractie, aangevuld met de voorzitter van de OCMW-raad. Bij de voordracht kunnen ook 1 of meer plaatsvervangers aangeduid worden die in opgesomde volgorde het commissielid vervangen bij afwezigheid of wanneer deze betrokken partij is. De voorzitter van de OCMW-raad wordt toegevoegd als voorzitter van de commissie.
Op 2 juni 2026 werden de fractievoorzitters per mail uitgenodigd de voordracht in te dienen tegen ten laatste 17 juni 2026.
De fractievoorzitter van TEAM Pepingen maakte op 16 juni 2026 hun voordracht over gericht aan de voorzitter van de gemeenteraad:
Enig artikel: De OCMW-raad neemt akte van de voordracht van de leden voor de deontologische commissie. De samenstelling ziet er als volgt uit:
In het kader van de vernieuwing van de aankoopprocedure, dient ook de visumbeslissing bijgewerkt te worden, meer bepaald de categorieën vrijgesteld van visumverplichting.
Gelet op het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en de bijhorende besluiten en omzendbrieven van de Vlaamse regering:
- artikel 177, eerste lid, 1° van het decreet over het lokaal bestuur :
De financieel directeur staat in volle onafhankelijkheid in voor de voorafgaande krediet- en wetmatigheidscontrole van de beslissingen van de gemeente en van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn met budgettaire en financiële impact, overeenkomstig de voorwaarden, vermeld in artikel 266 en 267.
- artikel 266 van het decreet over het lokaal bestuur :
De voorgenomen financiële verbintenissen die resulteren in een uitgaande nettokasstroom zijn onderworpen aan een voorafgaand visum, voordat enige verbintenis kan worden aangegaan.
De financieel directeur onderzoekt de wettigheid en regelmatigheid van die voorgenomen verbintenissen in het kader van zijn opdracht vermeld in artikel 177, eerste lid, 1°. Hij verleent zijn visum, als uit dat onderzoek de wettigheid en regelmatigheid van de voorgenomen verbintenis blijkt. Hij kan voorwaarden koppelen aan zijn visum. Als de financieel directeur weigert zijn visum te verlenen, of als hij er voorwaarden aan koppelt, motiveert hij dat.
De gemeenteraad/raad voor maatschappelijk welzijn bepaalt, na advies van de financieel directeur, de nadere voorwaarden waaronder de financieel directeur de controle, vermeld in het tweede lid, uitoefent. De gemeenteraad/raad voor maatschappelijk welzijn kan binnen de perken die vastgelegd zijn door de Vlaamse Regering, en na advies van de financieel directeur, bepaalde categorieën van verrichtingen uitsluiten van de visumverplichting.
- artikel 267 van het decreet over het lokaal bestuur :
Als de financieel directeur weigert om een visum te verlenen aan een voorgenomen verbintenis, kan het college van burgemeester en schepenen/vast bureau op eigen verantwoordelijkheid viseren. In dat geval brengt het college van burgemeester en schepenen/vast bureau de gemotiveerde beslissing van de financieel directeur, samen met zijn eigen beslissing, ter kennis van de gemeenteraad/raad voor maatschappelijk welzijn.
De verbintenis kan pas worden aangegaan nadat de gemeenteraad/raad voor maatschappelijk welzijn heeft kunnen kennisnemen van die beslissing van het college van burgemeester en schepenen/vast bureau.
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering d.d. 30 maart 2018 over de beleids- en beheerscyclus van de lokale en provinciale besturen, inzonderheid artikel 99 bepaalt dat de raad de volgende categorieën van verrichtingen niet kan uitsluiten van de visumverplichting :
1° de aanstelling van statutaire personeelsleden;
2° de aanstelling van contractuele personeelsleden voor onbepaalde duur;
3° de aanstelling van contractuele personeelsleden voor een periode van één jaar of meer;
4° de verbintenissen waarvan het bedrag hoger is dan 50.000 euro;
5° de verbintenissen die een contractuele looptijd hebben van meer dan één jaar en waarvan het jaarlijkse bedrag hoger is dan 25.000 euro;
6° de investeringssubsidies waarvan het bedrag hoger is dan 10.000 euro.
Bij opeenvolgende contracten voor de aanstelling van contractuele personeelsleden voor dezelfde functie moet de totale duur worden aangenomen voor de toepassing van deze bepaling.
Gelet op de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van bestuurshandelingen;
Gelet op de wet van 11.04.1994 betreffende de openbaarheid van bestuur;
Gelet op het bestuursdecreet van 7 december 2018;
Gelet op de beslissingen van de OCMW-raad van 19/10/2009 en 23 maart 2021;
De voorgenomen financiële verbintenissen die resulteren in een uitgaande nettokasstroom zijn onderworpen aan een voorafgaand visum, voordat enige verbintenis kan worden aangegaan.
De gemeenteraad/raad voor maatschappelijk welzijn bepaalt, na advies van de financieel directeur, de nadere voorwaarden waaronder de financieel directeur de controle uitoefent. De gemeenteraad/raad voor maatschappelijk welzijn kan binnen de perken die vastgelegd zijn door de Vlaamse Regering, en na advies van de financieel directeur, bepaalde categorieën van verrichtingen uitsluiten van de visumverplichting.
Op voorstel van het vast bureau dd. 15/06/2026;
Enig artikel: In vervanging van de beslissing van de OCMW-raad van 23 maart 2021, sluit de OCMW-raad alle financiële verbintenissen uit van de visumverplichting, met uitzondering van:
1° de aanstelling van statutaire personeelsleden;
2° de aanstelling van contractuele personeelsleden voor onbepaalde duur;
3° de aanstelling van contractuele personeelsleden voor een periode van één jaar of meer (uitgezonderd een tewerkstelling met toepassing van artikel 60, paragraaf 7, van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn;);
Bij opeenvolgende contracten voor de aanstelling van contractuele personeelsleden voor dezelfde functie moet de totale duur worden aangenomen
4° de verbintenissen waarvan het bedrag hoger is dan 30.000 euro (excl. BTW);
5° de verbintenissen die een contractuele looptijd hebben van meer dan één jaar en waarvan het jaarlijkse bedrag hoger is dan 25.000 euro (excl. BTW);
6° de investeringssubsidies waarvan het bedrag hoger is dan 10.000 euro.
In het kader van de vernieuwing van de aankoopprocedure, werd het begrip 'dagelijks bestuur' geëvalueerd voor wat betreft de toepassing overheidsopdrachten.
Het decreet over het Lokaal Bestuur, en meer in het bijzonder de artikelen 77 en 78;
De OCMW-raad stelt de plaatsingsprocedure en voorwaarden van overheidsopdrachten vast, tenzij:
De OCMW-raad stelt vast wat onder het begrip 'dagelijks bestuur' moet worden verstaan.
Wet op de overheidsopdrachten van 17 juni 2016
Op voorstel van het vast bureau dd. 15/06/2026;
Een goed afgewogen definitie van het begrip 'dagelijks bestuur' op maat van het lokaal bestuur is van belang om de bevoegdheidsverdeling tussen OCMW-raad en vast bureau duidelijk af te lijnen en om de administratieve procedures te kunnen uitwerken met het oog op organisatiebeheersing.
Gelet dat bij de administratieve opvolging van de aankoopprocedure tot op heden verschillende grensbedragen telkens dienen geëvalueerd te worden, namelijk deze voor overheidsopdracht beperkte waarde, dagelijks bestuur en visum, waardoor het belangrijk is om deze zoveel mogelijk parallel te laten lopen om verwarring te voorkomen.
Vanuit dit oogpunt wordt voorgesteld om het grensbedrag dagelijks bestuur vast te leggen op €30.000 (grensbedrag voor overheidsopdracht beperkte waarde).
Artikel 1: Volgende definities worden aangenomen, overeenkomstig de bepalingen van het decreet lokaal bestuur:
Artikel 2: Het begrip dagelijks bestuur wordt vastgesteld als volgt:
- het OCMW-bestuur niet jaar overschrijdend gebonden wordt en de raming lager is dan € 30.000 (exclusief BTW).
- of het OCMW-bestuur jaar overschrijdend gebonden wordt, maar waarbij de bijhorende raming, per jaar lager is dan € 30.000 (exclusief BTW).
Artikel 3: Het reglement treedt onmiddellijk in werking.
Op 12 maart 2026 kwam de Raad van Bestuur van de Welzijnskoepel West-Brabant samen.
Decreet lokaal bestuur
Het huishoudelijk reglement OCMW-raad artikel A2 §2
De notulen van de Raad van Bestuur van de Welzijnskoepel West-Brabant van 12 maart 2026 worden ter kennisgeving overgemaakt.
Enig artikel: De OCMW-raad neemt kennis van de notulen van de Raad van Bestuur van de Welzijnskoepel West-Brabant van 12 maart 2026.
De federale beslissing om de werkloosheidsuitkering in de tijd te beperken zal naar verwachting leiden tot een toename van het aantal cliënten dat zich tot het OCMW wendt voor begeleiding naar werk. Het betreft vaak langdurig werklozen met een complexe problematiek en een aanzienlijke afstand tot de arbeidsmarkt.
Tegelijkertijd evolueert de rol van VDAB, met een grotere focus op kerntaken, waardoor lokale besturen een belangrijkere rol opnemen in de activering van cliënten.
Voor een klein OCMW zoals Pepingen is het uitbouwen van een eigen dienst activering moeilijk, omwille van beperkte schaal, personeelscapaciteit en expertise.
Op 29/09/2025 besliste het Vast Bureau om zich aan te sluiten bij de Regionale Dienst Activering van de Welzijnskoepel West-Brabant en een engagementsverklaring te ondertekenen.
Decreet lokaal bestuur
De Welzijnskoepel West-Brabant organiseert een regionale dienst voor socio-professionele inschakeling van leefloon- en steungerechtigden. Deze dienst werd ontwikkeld op vraag van lokale besturen en speelt in op de groeiende nood aan gespecialiseerde begeleiding van cliënten met een aanzienlijke afstand tot de arbeidsmarkt.
De dienstverlening omvat een geïntegreerd traject op maat, bestaande uit screening, intake en diagnose, de opmaak van een individueel trajectplan en de oriëntering naar tewerkstelling, opleiding, vorming of sociale activering (of een combinatie hiervan). De trajectbegeleider staat tevens in voor de verdere begeleiding en intensieve opvolging van het traject, met als doel maximale doorstroom naar duurzame tewerkstelling.
Het OCMW behoudt de regierol en bepaalt welke cliënten worden doorverwezen, met prioritaire aandacht voor leefloon- en equivalent leefloongerechtigden. De begeleiding verloopt in nauwe samenwerking tussen de trajectbegeleider en de maatschappelijk werker, met structureel overleg tijdens het traject.
Gesprekken met cliënten vinden plaats binnen het OCMW, dat de nodige infrastructuur (gespreksruimte, ICT, ...) ter beschikking stelt. De trajectbegeleider kan op vraag deelnemen aan multidisciplinair overleg. De Welzijnskoepel waarborgt de continuïteit van de dienstverlening, onder meer door vervanging bij afwezigheid en door organisatie in clusterverband.
In functie van het traject kan worden ingezet op voortrajecten (zoals wijkwerken, vrijwilligerswerk en AMA) en op tewerkstelling via artikel 60 §7, waarbij opleiding en competentieversterking een essentieel onderdeel vormen. Er wordt systematisch ingezet op doorstroom naar de reguliere of sociale economie. Indien doorstroom naar werk niet haalbaar blijkt, wordt het traject afgesloten en neemt het OCMW het verdere traject over in functie van sociale activering of welzijnsbegeleiding.
De werking verloopt volgens uniforme methodieken, draaiboeken en evaluatie-instrumenten, wat bijdraagt aan een consistente en kwaliteitsvolle aanpak over de deelnemende besturen heen. De dienst staat in voor de registratie van trajecten (onder meer in VDAB-systemen) en rapporteert minstens halfjaarlijks aan het OCMW over het aantal trajecten en de voortgang.
Deelname aan deze regionale dienst biedt een belangrijke meerwaarde voor het OCMW Pepingen. Cliënten krijgen toegang tot gespecialiseerde en intensieve begeleiding op maat, terwijl het bestuur kan rekenen op gedeelde expertise, een ruimer netwerk van werkgevers en partners en schaalvoordelen die lokaal moeilijk realiseerbaar zijn.
De samenwerking tussen het OCMW Pepingen en de Welzijnskoepel West-Brabant wordt juridisch en organisatorisch vastgelegd in de voorliggende samenwerkingsovereenkomst (zie bijlage).
Opmerking:
In het kader van deze samenwerking worden persoonsgegevens van cliënten verwerkt en uitgewisseld tussen het OCMW en de Welzijnskoepel. Hoewel beide partijen aangeven de toepasselijke regelgeving inzake gegevensbescherming na te leven en beschikken over een functionaris voor gegevensbescherming (DPO), bevat de huidige overeenkomst nog onvoldoende concrete bepalingen inzake rollen, verantwoordelijkheden en modaliteiten van gegevensdeling. Het is aangewezen om deze aspecten verder uit te werken en af te stemmen met de betrokken DPO’s, en de overeenkomst indien nodig aan te vullen met bijkomende bepalingen of een afzonderlijke verwerkersovereenkomst.
De deelname aan de Regionale Dienst Activering van de Welzijnskoepel West-Brabant brengt een jaarlijkse bijdrage met zich mee. Deze wordt berekend op basis van het gemiddeld aantal lopende dossiers per OCMW, wat zorgt voor een evenwichtige en eerlijke verdeling van de kosten in functie van het effectieve gebruik van de dienst.
De begeleidingskost wordt geraamd op ongeveer €1.600 per traject per jaar, exclusief de algemene werkingskosten. Hierbij wordt uitgegaan van een gemiddelde caseload van circa 45 cliënten per voltijdse trajectbegeleider. Voor OCMW Pepingen, dat in 2026 naar schatting drie trajecten zal opstarten, komt dit neer op een jaarlijkse basisbijdrage van ongeveer €4.800 (gelijk aan drie trajectbegeleidingen).
Naast de begeleidingskost zijn er werkingskosten verbonden aan de organisatie van de dienst, waaronder administratie, coördinatie, opleidingen en logistieke ondersteuning. Deze kosten worden verdeeld over de deelnemende OCMW’s volgens het aantal lopende dossiers, overeenkomstig de bepalingen in de samenwerkingsovereenkomst, waardoor de financiële impact voor kleinere besturen beheersbaar blijft.
Wat de tewerkstellingsplaatsen betreft, wordt geen bijkomende bijdrage gevraagd wanneer cliënten worden tewerkgesteld binnen een non-profitorganisatie. In geval van tewerkstelling bij een profitorganisatie is wel een bijdrage verschuldigd (richtbedrag circa €750 per maand), te betalen door de werkgever aan het OCMW.
Tegenover deze kosten staan verschillende financiële tegemoetkomingen. Het OCMW kan rekenen op vergoedingen via onder meer POD MI en VDAB, zoals begeleidingsvergoedingen en resultaatsvergoedingen bij succesvolle trajecten. Deze inkomsten dragen ertoe bij dat de netto kost van deelname wordt beperkt.
Artikel 1
De OCMW-raad keurt de samenwerkingsovereenkomst tussen het OCMW Pepingen en de Welzijnskoepel West-Brabant inzake activering en arbeidstrajectbegeleiding, met inzet van een trajectbegeleider, met ingang van 1 juli 2026 en voor onbepaalde duur goed.
Artikel 2
De OCMW-raad keurt goed dat in het budget van 2026 de nodige middelen worden voorzien voor drie trajecten, rekening houdend met een opstart vanaf 1 juli 2026, en dat in de daaropvolgende jaren structureel budgettaire ruimte wordt voorzien in functie van de evoluerende noden.
Artikel 3
De OCMW-raad beslist dat de verwerking en uitwisseling van persoonsgegevens in het kader van deze samenwerking verder worden uitgewerkt en afgestemd met de functionarissen voor gegevensbescherming (DPO’s) van beide organisaties, en dat de samenwerkingsovereenkomst, indien nodig, wordt aangevuld met bijkomende bepalingen of een afzonderlijke verwerkersovereenkomst.
De voorzitter sluit de zitting op 29/06/2026 om 21:04.
Namens OCMW-Raad,
Nancy Mathijs
Algemeen directeur wn.
Luc Decrick
Voorzitter