Terug
Gepubliceerd op 24/09/2026

Besluit  OCMW-Raad

ma 29/06/2026 - 19:30

Welzijnskoepel: samenwerkingsovereenkomst in functie van de socio-professionele inschakeling van het OCMW-cliënten. Beslissing

Aanwezig: Luc Decrick, Voorzitter
Peter Van Cutsem, Burgemeester
Kristof De Cuyper, Hanneke Agneessens, Suzanne De Cort, Schepenen
Eddy Timmermans, Greta Cochez, Patrick Vanbellinghen, Saskia Beeckmans, Marleen Pollé, Sander Geerts, Lotte Van Cutsem, Johan Peetroons, Frieda Moriau, Raadsleden
Nancy Mathijs, Algemeen directeur wn.
Verontschuldigd: Leen Deneyer, Algemeen directeur
Afwezig: Rudi Seghers, Raadslid
Aanleiding

De federale beslissing om de werkloosheidsuitkering in de tijd te beperken zal naar verwachting leiden tot een toename van het aantal cliënten dat zich tot het OCMW wendt voor begeleiding naar werk. Het betreft vaak langdurig werklozen met een complexe problematiek en een aanzienlijke afstand tot de arbeidsmarkt.

Tegelijkertijd evolueert de rol van VDAB, met een grotere focus op kerntaken, waardoor lokale besturen een belangrijkere rol opnemen in de activering van cliënten.

Voor een klein OCMW zoals Pepingen is het uitbouwen van een eigen dienst activering moeilijk, omwille van beperkte schaal, personeelscapaciteit en expertise.

Op 29/09/2025 besliste het Vast Bureau om zich aan te sluiten bij de Regionale Dienst Activering van de Welzijnskoepel West-Brabant en een engagementsverklaring te ondertekenen.

In uitvoering van deze beslissing wordt nu de formele samenwerkingsovereenkomst voorgelegd. Deze overeenkomst legt de concrete modaliteiten vast inzake deelname, begeleiding, werkafspraken, rapportering en financiering, en voorziet dat de Welzijnskoepel een trajectbegeleider ter beschikking stelt in clusterverband. De trajectbegeleider blijft in dienst van de Welzijnskoepel, maar werkt nauw samen met het OCMW. De uitvoering van de samenwerking start op 1 juli 2026 en wordt aangegaan voor onbepaalde duur.
Regelgeving

Decreet lokaal bestuur

Feiten en context

De Welzijnskoepel West-Brabant organiseert een regionale dienst voor socio-professionele inschakeling van leefloon- en steungerechtigden. Deze dienst werd ontwikkeld op vraag van lokale besturen en speelt in op de groeiende nood aan gespecialiseerde begeleiding van cliënten met een aanzienlijke afstand tot de arbeidsmarkt.

De dienstverlening omvat een geïntegreerd traject op maat, bestaande uit screening, intake en diagnose, de opmaak van een individueel trajectplan en de oriëntering naar tewerkstelling, opleiding, vorming of sociale activering (of een combinatie hiervan). De trajectbegeleider staat tevens in voor de verdere begeleiding en intensieve opvolging van het traject, met als doel maximale doorstroom naar duurzame tewerkstelling.

Het OCMW behoudt de regierol en bepaalt welke cliënten worden doorverwezen, met prioritaire aandacht voor leefloon- en equivalent leefloongerechtigden. De begeleiding verloopt in nauwe samenwerking tussen de trajectbegeleider en de maatschappelijk werker, met structureel overleg tijdens het traject.

Gesprekken met cliënten vinden plaats binnen het OCMW, dat de nodige infrastructuur (gespreksruimte, ICT, ...) ter beschikking stelt. De trajectbegeleider kan op vraag deelnemen aan multidisciplinair overleg. De Welzijnskoepel waarborgt de continuïteit van de dienstverlening, onder meer door vervanging bij afwezigheid en door organisatie in clusterverband.

In functie van het traject kan worden ingezet op voortrajecten (zoals wijkwerken, vrijwilligerswerk en AMA) en op tewerkstelling via artikel 60 §7, waarbij opleiding en competentieversterking een essentieel onderdeel vormen. Er wordt systematisch ingezet op doorstroom naar de reguliere of sociale economie. Indien doorstroom naar werk niet haalbaar blijkt, wordt het traject afgesloten en neemt het OCMW het verdere traject over in functie van sociale activering of welzijnsbegeleiding.

De werking verloopt volgens uniforme methodieken, draaiboeken en evaluatie-instrumenten, wat bijdraagt aan een consistente en kwaliteitsvolle aanpak over de deelnemende besturen heen. De dienst staat in voor de registratie van trajecten (onder meer in VDAB-systemen) en rapporteert minstens halfjaarlijks aan het OCMW over het aantal trajecten en de voortgang.

Deelname aan deze regionale dienst biedt een belangrijke meerwaarde voor het OCMW Pepingen. Cliënten krijgen toegang tot gespecialiseerde en intensieve begeleiding op maat, terwijl het bestuur kan rekenen op gedeelde expertise, een ruimer netwerk van werkgevers en partners en schaalvoordelen die lokaal moeilijk realiseerbaar zijn.

De samenwerking tussen het OCMW Pepingen en de Welzijnskoepel West-Brabant wordt juridisch en organisatorisch vastgelegd in de voorliggende samenwerkingsovereenkomst (zie bijlage).

Opmerking:
In het kader van deze samenwerking worden persoonsgegevens van cliënten verwerkt en uitgewisseld tussen het OCMW en de Welzijnskoepel. Hoewel beide partijen aangeven de toepasselijke regelgeving inzake gegevensbescherming na te leven en beschikken over een functionaris voor gegevensbescherming (DPO), bevat de huidige overeenkomst nog onvoldoende concrete bepalingen inzake rollen, verantwoordelijkheden en modaliteiten van gegevensdeling. Het is aangewezen om deze aspecten verder uit te werken en af te stemmen met de betrokken DPO’s, en de overeenkomst indien nodig aan te vullen met bijkomende bepalingen of een afzonderlijke verwerkersovereenkomst.

Financieel advies/visum

De deelname aan de Regionale Dienst Activering van de Welzijnskoepel West-Brabant brengt een jaarlijkse bijdrage met zich mee. Deze wordt berekend op basis van het gemiddeld aantal lopende dossiers per OCMW, wat zorgt voor een evenwichtige en eerlijke verdeling van de kosten in functie van het effectieve gebruik van de dienst.

De begeleidingskost wordt geraamd op ongeveer €1.600 per traject per jaar, exclusief de algemene werkingskosten. Hierbij wordt uitgegaan van een gemiddelde caseload van circa 45 cliënten per voltijdse trajectbegeleider. Voor OCMW Pepingen, dat in 2026 naar schatting drie trajecten zal opstarten, komt dit neer op een jaarlijkse basisbijdrage van ongeveer €4.800 (gelijk aan drie trajectbegeleidingen).

Naast de begeleidingskost zijn er werkingskosten verbonden aan de organisatie van de dienst, waaronder administratie, coördinatie, opleidingen en logistieke ondersteuning. Deze kosten worden verdeeld over de deelnemende OCMW’s volgens het aantal lopende dossiers, overeenkomstig de bepalingen in de samenwerkingsovereenkomst, waardoor de financiële impact voor kleinere besturen beheersbaar blijft.

Wat de tewerkstellingsplaatsen betreft, wordt geen bijkomende bijdrage gevraagd wanneer cliënten worden tewerkgesteld binnen een non-profitorganisatie. In geval van tewerkstelling bij een profitorganisatie is wel een bijdrage verschuldigd (richtbedrag circa €750 per maand), te betalen door de werkgever aan het OCMW.

Tegenover deze kosten staan verschillende financiële tegemoetkomingen. Het OCMW kan rekenen op vergoedingen via onder meer POD MI en VDAB, zoals begeleidingsvergoedingen en resultaatsvergoedingen bij succesvolle trajecten. Deze inkomsten dragen ertoe bij dat de netto kost van deelname wordt beperkt.

De financiering gebeurt via een voorschotfactuur bij de aanvang van het werkingsjaar, gevolgd door een definitieve afrekening op basis van de jaarrekening. Facturen zijn betaalbaar binnen een termijn van 30 dagen.
Publieke stemming
Aanwezig: Luc Decrick, Peter Van Cutsem, Kristof De Cuyper, Hanneke Agneessens, Suzanne De Cort, Eddy Timmermans, Greta Cochez, Patrick Vanbellinghen, Saskia Beeckmans, Marleen Pollé, Sander Geerts, Lotte Van Cutsem, Johan Peetroons, Frieda Moriau, Nancy Mathijs
Voorstanders: Luc Decrick, Peter Van Cutsem, Kristof De Cuyper, Hanneke Agneessens, Suzanne De Cort, Eddy Timmermans, Greta Cochez, Patrick Vanbellinghen, Saskia Beeckmans, Marleen Pollé, Sander Geerts, Lotte Van Cutsem, Johan Peetroons, Frieda Moriau
Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.
Besluit


Artikel 1
De OCMW-raad keurt de samenwerkingsovereenkomst tussen het OCMW Pepingen en de Welzijnskoepel West-Brabant inzake activering en arbeidstrajectbegeleiding, met inzet van een trajectbegeleider, met ingang van 1 juli 2026 en voor onbepaalde duur goed.


Artikel 2
De OCMW-raad keurt goed dat in het budget van 2026 de nodige middelen worden voorzien voor drie trajecten, rekening houdend met een opstart vanaf 1 juli 2026, en dat in de daaropvolgende jaren structureel budgettaire ruimte wordt voorzien in functie van de evoluerende noden.


Artikel 3
De OCMW-raad beslist dat de verwerking en uitwisseling van persoonsgegevens in het kader van deze samenwerking verder worden uitgewerkt en afgestemd met de functionarissen voor gegevensbescherming (DPO’s) van beide organisaties, en dat de samenwerkingsovereenkomst, indien nodig, wordt aangevuld met bijkomende bepalingen of een afzonderlijke verwerkersovereenkomst.