De voorzitter opent de zitting op 29/06/2026 om 19:30.
Vragenmoment burger: geen
De Voorzitter opent de vergadering.
- De voorzitter stelt vast dat volgende agendapunten werden ingediend namens de LVB-fractie:
Overeenkomstig artikel 21 van het Decreet Lokaal Bestuur worden de agendapunten toegevoegd aan de agenda.
- Mededeling betreffende de mondelinge vragen:
De voorzitter meldt dat het tweede deel van de ingediende vraag van Saskia Beeckmans niet kan aanvaard worden en dat deze wordt geschrapt uit de notulering.
Motivatie: "Gemeenteraadsleden hebben het recht om schriftelijke en mondelinge vragen te stellen aan de leden van het college van burgemeester en schepenen, vanuit hun controlerol op het gemeentelijk beleid. Zij hebben het recht om hierover verantwoording te vragen aan de leden van het CBS. Binnen de vraagstelling aangaande de handelsgids wordt echter ook een vraag gesteld over een post van een schepen op diens persoonlijk sociale media-account. Deze vraag is geen vraag over het gemeentelijk beleid, en hoort dus niet thuis op de gemeenteraad. Ik verwijs hiervoor naar artikel 13 van het huishoudelijk reglement : "Art.13.§1. Raadsleden hebben het recht om schriftelijke en mondelinge vragen te stellen aan het college van burgemeester en schepenen over gemeentelijke aangelegenheden."
De notulen van de vergadering van de gemeenteraad van 26 mei 2026 worden ter goedkeuring voorgelegd.
Enig artikel: De Voorzitter stelt vast dat er geen opmerkingen worden gemaakt. Overeenkomstig art. 32 van het decreet lokaal bestuur worden de notulen van de gemeenteraadsvergadering van 26 mei 2026 als goedgekeurd beschouwd.
Overeenkomstig art.30 §2 van het huishoudelijk reglement werd het zittingsverslag vervangen door een audio-opname. Deze wordt op de gemeentelijke website geplaatst.
Aan de gemeenteraad wordt gevraagd kennis te nemen van het zittingsverslag van de vergadering van 26 mei 2026.
Enig artikel: De raad neemt kennis van het zittingsverslag van de openbare zitting van de gemeenteraad van 26 mei 2026. Het verslag is te raadplegen op de website van de gemeente / bestuur en beleid / gemeenteraad OCMW-raad / audio video en via de link:
De deontologische code werd door de gemeenteraad op datum van 26 mei 2026 aangepast aan de laatste wijziging van het decreet lokaal bestuur, voornamelijk gericht op de oprichting en samenstelling van een deontologische commissie. In uitvoering van deze code dient een commissie opgericht te worden.
Decreet Lokaal Bestuur art. 41 (bevoegdheid) en art. 39 gewijzigd in 2023
BVR van 6 juli 2018 houdende het statuut van de lokale mandataris
Deontologische code, goedgekeurd door de gemeenteraad op 26/05/2026, art 39
Volgens art. 39 van de deontologische code bedraagt het aantal leden 1 per fractie, aangevuld met de voorzitter van de gemeenteraad. Bij de voordracht kunnen ook 1 of meer plaatsvervangers aangeduid worden die in opgesomde volgorde het commissielid vervangen bij afwezigheid of wanneer deze betrokken partij is. De voorzitter van de gemeenteraad wordt toegevoegd als voorzitter van de commissie.
Op 2 juni 2026 werden de fractievoorzitters per mail uitgenodigd de voordracht in te dienen tegen ten laatste 17 juni 2026.
De fractievoorzitter van TEAM Pepingen maakte op 16 juni 2026 hun voordracht over gericht aan de voorzitter van de gemeenteraad:
Enig artikel: De gemeenteraad neemt akte van de voordracht van de leden voor de deontologische commissie. De samenstelling ziet er als volgt uit:
Vraag vanwege de provincie Vlaams-Brabant om bijkomende sanctionerend ambtenaren aan te stellen om de continuïteit van hun dienstverlening maximaal te garanderen.
Deze aanstelling wordt ter goedkeuring voorgelegd aan de gemeenteraad.
Gelet op artikel 6, §§2 en 3 van de wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties;
Gelet op artikelen 1, §2 en 2, §1 van het koninklijk besluit van 21 december 2013 tot vaststelling van de kwalificatie- en onafhankelijkheidsvoorwaarden van de ambtenaar belast met de oplegging van de administratieve geldboete en tot inning van de boetes in uitvoering van de wet betreffende de gemeentelijke administratieve sancties;
Gelet op het positief advies van de Procureur des Konings te Halle- Vilvoorde van 18 mei 2026 omtrent de aanstelling van Gunther Roesems als sanctionerend ambtenaar;
Gelet op het positief advies van de Procureur des Konings te Halle-Vilvoorde van 18 mei 2026 omtrent de aanstelling van An Braeken als sanctionerend ambtenaar;
Gelet op het provincieraadsbesluit van Vlaams-Brabant van 2 juni 2026 waarbij Gunther Roesems als provinciaal sanctionerend ambtenaar wordt aangesteld;
Gelet op het provincieraadsbesluit van Vlaams-Brabant van 2 juni 2026 waarbij An Braeken als provinciaal sanctionerend ambtenaar wordt aangesteld;
Reeds genomen beslissingen:
Overwegende dat de provincie een dienstverlenende opdracht heeft naar de gemeenten toe en zij een ambtenaar ter beschikking kan stellen;
Overwegende dat de procedure enige juridische kennis vereist enerzijds en anderzijds een afwikkeling op provinciaal niveau een eenvormige en neutrale beoordeling waarborgt;
Overwegende dat het wenselijk is een provinciaal ambtenaar te belasten met het opleggen van de gemeentelijke administratieve geldboetes omdat enerzijds er in de gemeente geen geschikte ambtenaar is en anderzijds dergelijk personeelslid meer expertise kan ontwikkelen;
Volgens de huidige gemeenteraadsbeslissing van 25-02-2014 is de vergoeding voor de dossiers met feiten vanaf 1 januari 2014 vastgelegd op 65 euro per geregistreerd dossier.
Artikel 1: De gemeenteraad wijst mevrouw An Braeken en de heer Gunther Roesems aan als ambtenaren belast met het opleggen van administratieve geldboetes.
Artikel 2: Een afschrift van dit besluit wordt gezonden aan de gouverneur van de provincie Vlaams-Brabant, aan de dienst bestuurszaken -GAS-cel van de provincie Vlaams-Brabant, aan de voorzitter van het politiecollege en aan de procureur des Konings te Halle-Vilvoorde.
De centrale opvanglocatie Kinderschuur beschikt over een beperkte capaciteit. Om tegemoet te komen aan de opvangvraag wordt daarom regelmatig gebruikgemaakt van de naastgelegen Schuur, zowel voor de buitenschoolse opvang als in het bijzonder tijdens vakantieperiodes.
Deze ruimte is echter niet voorzien van verwarming en is onvoldoende tochtvrij, waardoor het gebruik ervan tijdens de herfst-, winter- en vroege lenteperiode minder comfortabel is voor de kinderen en begeleiders. Hierdoor kan de beschikbare opvangcapaciteit niet optimaal worden benut, net op momenten waarop de vraag naar opvang hoger is.
Door een deel van de beschikbare BOA BOOST-subsidie aan te wenden voor het verwarmen en comfortabeler maken van de Schuur, kan bijkomende opvangcapaciteit worden gecreëerd tijdens de herfst-, kerst-, krokus- en paasvakantie. Daarnaast zou dit ook een belangrijke meerwaarde betekenen voor de reguliere buitenschoolse opvang gedurende de koudere maanden van het jaar.
Een verwarmde en comfortabele ruimte maakt een jaarrond gebruik mogelijk en verhoogt de kwaliteit van de opvang. Bovendien werd deze investering meermaals naar voren geschoven binnen het participatief traject van het lokaal samenwerkingsverband rond buitenschoolse opvang en activiteiten.
Gelet op het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, inzonderheid artikelen 40 en 41, betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad;
Gelet op de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen;
Gelet op het Bestuursdecreet van 7 december 2018;
Gelet op het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, meer bepaald artikelen 326 tot en met 341 betreffende het bestuurlijk toezicht;
Gelet op de wet van 17 juni 2013 betreffende de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen inzake overheidsopdrachten, bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten en concessies, en latere wijzigingen;
Gelet op de wet van 17 juni 2016 en latere wijzigingen inzake overheidsopdrachten, inzonderheid artikel 42, § 1, 1° a) (de goed te keuren uitgave excl. btw bereikt de drempel van € 143.000,00 niet);
Gelet op het koninklijk besluit van 14 januari 2013 tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten, en latere wijzigingen;
Gelet op het koninklijk besluit van 18 april 2017 betreffende plaatsing overheidsopdrachten klassieke sectoren, en latere wijzigingen, inzonderheid artikel 90, 1°;
Reeds genomen beslissingen
Gelet op de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van 16 februari 2026 betreffende: de principiële goedkeuring van de besteding van de BOA BOOST-subsidies
Gelet op de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van 19 juni 2026 betreffende: Verbouwings- en inrichtingswerken aan de kinderschuur te Pepingen - Principebeslissing - Goedkeuring lastvoorwaarden en gunningswijze.
Overwegende dat in het kader van de opdracht “Verbouwings- en inrichtingswerken aan de kinderschuur te Pepingen” een bestek met nr. 2026-239 werd opgesteld door de Technische Dienst;
Overwegende dat deze opdracht is opgedeeld in volgende percelen:
* Perceel 1 (Schrijnwerk), raming: € 46.280,99 excl. btw of € 56.000,00 incl. 21% btw;
* Perceel 2 (algemene bouwwerken), raming: € 13.223,14 excl. btw of € 16.000,00 incl. 21% btw;
* Perceel 3 ( Elektrische installatie en verlichting), raming: € 14.876,03 excl. btw of € 18.000,00 incl. 21% btw;
* Perceel 4 (Verwarming en technieken), raming: € 24.793,38 excl. btw of € 29.999,99 incl. 21% btw;
Overwegende dat de totale uitgave voor deze opdracht wordt geraamd op € 99.173,54 excl. btw of € 120.000,00 incl. 21% btw;
Overwegende dat voorgesteld wordt de opdracht te gunnen bij wijze van de onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking;
De uitgave voor deze opdracht wordt voorzien op de budgetsleutel:
2026/ACT-5.3.1/0945-00/2210007/GEMEENTE/GR/IP-O – “Verbouwing kinderschuur”.
Overwegende dat deze werken kaderen binnen de besteding van de BOA BOOST-subsidies, zoals principieel goedgekeurd door het college van burgemeester en schepenen op datum van 16 februari 2026.
De effectieve gunning van de opdracht kan slechts plaatsvinden na het verkrijgen van het vereiste financieel visum.
Artikel 1: Goedkeuring wordt verleend aan het bestek met nr. 2026-239 en de raming voor de opdracht “Verbouwings- en inrichtingswerken aan de Kinderschuur te Pepingen”, opgesteld door de Technische Dienst.
De lastvoorwaarden worden vastgesteld zoals voorzien in het bestek en zoals opgenomen in de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten.
De raming bedraagt € 99.173,54 excl. btw of € 120.000,00 incl. 21% btw.
Artikel 2: Bovengenoemde opdracht wordt gegund bij wijze van de onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking.
Artikel 3: De uitgave voor deze opdracht wordt voorzien op de budgetsleutel:
2026/ACT-5.3.1/0945-00/2210007/GEMEENTE/GR/IP-O – “Verbouwing kinderschuur”.
Overwegende dat deze werken kaderen binnen de besteding van de BOA BOOST-subsidies, zoals principieel goedgekeurd door het college van burgemeester en schepenen op datum van 16 februari 2026.
Herstelling kerkhofmuur Beert - Goedkeuring lastvoorwaarden en gunningswijze.
Gelet op het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, inzonderheid artikelen 40 en 41, betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad;
Gelet op de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen;
Gelet op het Bestuursdecreet van 7 december 2018;
Gelet op het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, meer bepaald artikelen 326 tot en met 341 betreffende het bestuurlijk toezicht;
Gelet op de wet van 17 juni 2013 betreffende de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen inzake overheidsopdrachten, en latere wijzigingen;
Gelet op de wet van 17 juni 2016 en latere wijzigingen inzake overheidsopdrachten, inzonderheid artikel 42, §1, 1° a);
Gelet op artikel 15 van de wet van 17 juni 2016 inzake overheidsopdrachten, waarbij opdrachten kunnen worden voorbehouden aan sociale economiebedrijven;
Gelet op het koninklijk besluit van 14 januari 2013 tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten, en latere wijzigingen;
Gelet op het koninklijk besluit van 18 april 2017 betreffende plaatsing overheidsopdrachten klassieke sectoren, en latere wijzigingen, inzonderheid artikel 90, 1°;
Reeds genomen beslissingen
Gelet op het besluit van het college van burgemeester en schepenen van 11 augustus 2025 betreffende “Tijdelijke veiligheidsmaatregelen aan de kerkhofmuur te Beert – gedeeltelijke afsluiting parking en plaatsing houten keerwand”;
Gelet op het besluit van het college van burgemeester en schepenen van 22 mei 2026 betreffende de goedkeuring van de subsidieaanvraag voor de herstelling van de kerkhofmuur te Beert;
Gelet op het besluit van het college op datum van 19 juni 2026 betreffende: Herstelling kerkhofmuur Beert - Principebeslissing - Goedkeuring lastvoorwaarden en gunningswijze.
Overwegende dat de kerkhofmuur langsheen de Nederbeertstraat zich in slechte staat bevindt en structurele gebreken vertoont;
Overwegende dat een gedeeltelijke afbraak en heropbouw noodzakelijk is over een lengte van circa 29 lopende meter;
Overwegende dat in het kader van de opdracht “Herstelling kerkhofmuur Beert” een bestek met nr. 2026-241 werd opgesteld door de Technische Dienst;
Overwegende dat de uitgave voor deze opdracht wordt geraamd op € 95.867,76 excl. btw of € 116.000,00 incl. 21% btw;
Overwegende dat voorgesteld wordt de opdracht te gunnen bij wijze van de onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking;
Overwegende dat, gelet op het arbeidsintensieve karakter van de werken, wordt voorgesteld de opdracht voor te behouden aan sociale economiebedrijven (maatwerkbedrijven);
Overwegende dat de nodige kredieten voorzien zijn op budgetsleutel:
2026/ACT-5.3.1/0990-00/2220000/GEMEENTE/GR/IP-O – “Bebouwde terreinen – kerkhofmuur/graftekens”;
De effectieve gunning van de opdracht kan slechts plaatsvinden na het verkrijgen van het vereiste financieel visum.
Artikel 1: Goedkeuring wordt verleend aan het bestek met nr. 2026-241 en de raming voor de opdracht “Herstelling kerkhofmuur Beert”, opgesteld door de Technische Dienst. De lastvoorwaarden worden vastgesteld zoals voorzien in het bestek en zoals opgenomen in de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten. De raming bedraagt € 95.867,76 excl. btw of € 116.000,00 incl. 21% btw;
Artikel 2: Bovengenoemde opdracht wordt gegund bij wijze van de onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking.
Artikel 3: De opdracht wordt overeenkomstig artikel 15 van de wet van 17 juni 2016 voorbehouden aan sociale economiebedrijven, meer bepaald maatwerkbedrijven.
Artikel 4: De uitgave voor deze opdracht is voorzien op de budgetsleutel:
2026/ACT-5.3.1/0990-00/2220000/GEMEENTE/GR/IP-O – “Bebouwde terreinen – kerkhofmuur/graftekens”.
De jaarrekening 2025 van gemeente en OCMW wordt voorgelegd aan de gemeenteraad.
Decreet lokaal bestuur van 22 december 2017, meer bepaald artikel 249 en 260.
Ministerieel besluit van 26 juni 2018 over de beleids- en beheerscyclus.
Gemeenteraadsbeslissing van 17 december 2019 betreffende de vaststelling van de strategische meerjarenplanning 2020 – 2025 van gemeente en OCMW.
Gemeenteraadsbeslissing van 22 december 2020 betreffende de aanpassing van de strategische meerjarenplanning 2020 – 2025 gemeente en OCMW – aanpassing kredieten 2020 en vaststelling kredieten 2021.
Gemeenteraadsbeslissing van 21 december 2021 betreffende de aanpassing van de strategische meerjarenplanning 2020 - 2025 gemeente en OCMW - aanpassing kredieten 2021 en vaststelling kredieten 2022.
Gemeenteraadsbeslissing van 29 december 2022 betreffende de aanpassing van de strategische meerjarenplanning 2020 - 2025 gemeente en OCMW - aanpassing kredieten 2022 en vaststelling kredieten 2023.
Gemeenteraadsbeslissing van 19 december 2023 betreffende de aanpassing van de strategische meerjarenplanning 2020 - 2025 gemeente en OCMW - aanpassing kredieten 2023 en vaststelling kredieten 2024.
Gemeenteraadsbeslissing van 26 november 2024 betreffende de aanpassing van de strategische meerjarenplanning 2020 - 2025 gemeente en OCMW - aanpassing kredieten 2024 zonder vaststellen beginkredieten.
Collegebeslissing van 8 juni 2026 betreffende de vaststelling van de jaarrekening 2025 van gemeente & OCMW.
Gemeenteraadscommissie Financiën van 25 juni 2026 betreffende adviesverlening.
De jaarrekening bestaat uit een beleidsevaluatie, een financiële nota en een toelichting.
De beleidsevaluatie van de jaarrekening geeft het beleid weer dat de gemeente en het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn gedurende het boekjaar hebben gevoerd.
De financiële nota van de jaarrekening geeft de financiële gevolgen van het gevoerde beleid weer en omvat:
De toelichting van de jaarrekening bevat alle informatie over de verrichtingen in het ontwerp van jaarrekening die relevant is voor de raadsleden om met kennis van zaken een beslissing te kunnen nemen. De toelichting bevat:
Volgende bijlagen worden toegevoegd:
De documentatie bij de jaarrekening bevat minstens:
De gemeenteraad stelt de jaarrekening vast voor 30 juni van het boekjaar dat volgt op het boekjaar waarop de rekening betrekking heeft.
Het gecumuleerd budgettair resultaat bedraagt 3.338.441 euro in de jaarrekening 2025. De autofinancieringsmarge bedraagt 750.871 euro in de jaarrekening 2025.
Artikel 1: De gemeenteraad neemt kennis van het positief advies vanwege de gemeenteraadscommissie Financiën.
Artikel 2: De gemeenteraad stelt het deel van de jaarrekening 2025 van de gemeente vast.
Artikel 3: De gemeenteraad keurt het deel van de jaarrekening 2025 goed zoals vastgesteld door de raad voor maatschappelijk welzijn en stelt zo de gezamenlijke jaarrekening van de gemeente en het OCMW vast.
Artikel 4: De jaarrekening 2025 wordt overgemaakt aan de toezichthoudende overheid.
De jaarrekening 2025 van het autonoom gemeentebedrijf wordt voorgelegd aan de gemeenteraad.
Decreet lokaal bestuur van 22 december 2017;
Gemeenteraadsbeslissing van 20 mei 2010 houdende de oprichting van het Autonoom Gemeentebedrijf Pepingen en de vaststelling van de statuten;
Beslissing van de Raad van Bestuur van het Autonoom Gemeentebedrijf Pepingen van 29 april 2019 houdende de goedkeuring van de beheersovereenkomst tussen de gemeente Pepingen en het Autonoom Gemeentebedrijf Pepingen - periode 2019 - 2025, en latere aanpassingen;
Beslissing van de Raad van Bestuur van 25 november 2019, betreffende de vaststelling van het strategisch meerjarenplan 2020 - 2025, en latere aanpassingen meerjarenplan;
Beslissing van de raad van Bestuur van 23 november 2020, betreffende advies tot statutenwijziging van het Autonoom Gemeentebedrijf Pepingen;
Gemeenteraadsbeslissing van 24 november 2020, houdende de goedkeuring van de statutenwijziging van het Autonoom Gemeentebedrijf;
Beslissing van de Raad van Bestuur van 22 juni 2026 houdende de vaststelling van de jaarrekening 2025;
Overeenkomstig artikel 243 van het decreet lokaal bestuur en artikel 34 van de statuten van het Autonoom Gemeentebedrijf Pepingen, dient de Raad van Bestuur van het Autonoom gemeentebedrijf, de jaarrekening vast te stellen en voor te leggen aan de gemeenteraad.
Voor wat betreft de jaarrekening volgens het Wetboek Van Vennootschappen (NBB jaarrekening) dienen de bestuurders de jaarrekening op te maken (RvB 22 juni 2026) en ter goedkeuring voor te leggen aan de gemeenteraad.
Artikel 1: Het jaarverslag en het financieel verslag 2025, bestaande uit de BBC-jaarrekening van het Autonoom Gemeentebedrijf Pepingen, worden gunstig geadviseerd.
Artikel 2: Het jaarverslag en het financieel verslag 2025, bestaande uit de NBB-jaarrekening van het Autonoom Gemeentebedrijf Pepingen, worden goedgekeurd.
In het kader van de vernieuwing van de aankoopprocedure, dient ook de visumbeslissing bijgewerkt te worden, meer bepaald de categorieën vrijgesteld van visumverplichting.
Gelet op het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en de bijhorende besluiten en omzendbrieven van de Vlaamse regering:
- artikel 177, eerste lid, 1° van het decreet over het lokaal bestuur :
De financieel directeur staat in volle onafhankelijkheid in voor de voorafgaande krediet- en wetmatigheidscontrole van de beslissingen van de gemeente en van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn met budgettaire en financiële impact, overeenkomstig de voorwaarden, vermeld in artikel 266 en 267.
- artikel 266 van het decreet over het lokaal bestuur :
De voorgenomen financiële verbintenissen die resulteren in een uitgaande nettokasstroom zijn onderworpen aan een voorafgaand visum, voordat enige verbintenis kan worden aangegaan.
De financieel directeur onderzoekt de wettigheid en regelmatigheid van die voorgenomen verbintenissen in het kader van zijn opdracht vermeld in artikel 177, eerste lid, 1°. Hij verleent zijn visum, als uit dat onderzoek de wettigheid en regelmatigheid van de voorgenomen verbintenis blijkt. Hij kan voorwaarden koppelen aan zijn visum. Als de financieel directeur weigert zijn visum te verlenen, of als hij er voorwaarden aan koppelt, motiveert hij dat.
De gemeenteraad/raad voor maatschappelijk welzijn bepaalt, na advies van de financieel directeur, de nadere voorwaarden waaronder de financieel directeur de controle, vermeld in het tweede lid, uitoefent. De gemeenteraad/raad voor maatschappelijk welzijn kan binnen de perken die vastgelegd zijn door de Vlaamse Regering, en na advies van de financieel directeur, bepaalde categorieën van verrichtingen uitsluiten van de visumverplichting.
- artikel 267 van het decreet over het lokaal bestuur :
Als de financieel directeur weigert om een visum te verlenen aan een voorgenomen verbintenis, kan het college van burgemeester en schepenen/vast bureau op eigen verantwoordelijkheid viseren. In dat geval brengt het college van burgemeester en schepenen/vast bureau de gemotiveerde beslissing van de financieel directeur, samen met zijn eigen beslissing, ter kennis van de gemeenteraad/raad voor maatschappelijk welzijn.
De verbintenis kan pas worden aangegaan nadat de gemeenteraad/raad voor maatschappelijk welzijn heeft kunnen kennisnemen van die beslissing van het college van burgemeester en schepenen/vast bureau.
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering d.d. 30 maart 2018 over de beleids- en beheerscyclus van de lokale en provinciale besturen, inzonderheid artikel 99 bepaalt dat de raad de volgende categorieën van verrichtingen niet kan uitsluiten van de visumverplichting :
1° de aanstelling van statutaire personeelsleden;
2° de aanstelling van contractuele personeelsleden voor onbepaalde duur;
3° de aanstelling van contractuele personeelsleden voor een periode van één jaar of meer;
4° de verbintenissen waarvan het bedrag hoger is dan 50.000 euro;
5° de verbintenissen die een contractuele looptijd hebben van meer dan één jaar en waarvan het jaarlijkse bedrag hoger is dan 25.000 euro;
6° de investeringssubsidies waarvan het bedrag hoger is dan 10.000 euro.
Bij opeenvolgende contracten voor de aanstelling van contractuele personeelsleden voor dezelfde functie moet de totale duur worden aangenomen voor de toepassing van deze bepaling.
Gelet op de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van bestuurshandelingen;
Gelet op de wet van 11.04.1994 betreffende de openbaarheid van bestuur;
Gelet op het bestuursdecreet van 7 december 2018;
Gelet op de beslissingen van de gemeenteraad van 27 januari 2015, 17 maart 2017 en 23 maart 2021;
De voorgenomen financiële verbintenissen die resulteren in een uitgaande nettokasstroom zijn onderworpen aan een voorafgaand visum, voordat enige verbintenis kan worden aangegaan.
De gemeenteraad/raad voor maatschappelijk welzijn bepaalt, na advies van de financieel directeur, de nadere voorwaarden waaronder de financieel directeur de controle uitoefent. De gemeenteraad/raad voor maatschappelijk welzijn kan binnen de perken die vastgelegd zijn door de Vlaamse Regering, en na advies van de financieel directeur, bepaalde categorieën van verrichtingen uitsluiten van de visumverplichting.
Op voorstel van het schepencollege dd. 15/06/2026;
Enig artikel: In vervanging van de beslissing van de gemeenteraad van 23 maart 2021, sluit de gemeenteraad alle financiële verbintenissen uit van de visumverplichting, met uitzondering van:
1° de aanstelling van statutaire personeelsleden;
2° de aanstelling van contractuele personeelsleden voor onbepaalde duur;
3° de aanstelling van contractuele personeelsleden voor een periode van één jaar of meer. Bij opeenvolgende contracten voor de aanstelling van contractuele personeelsleden voor dezelfde functie moet de totale duur worden aangenomen.
4° de verbintenissen waarvan het bedrag hoger is dan 30.000 euro (excl. BTW);
5° de verbintenissen die een contractuele looptijd hebben van meer dan één jaar en waarvan het jaarlijkse bedrag hoger is dan 25.000 euro (excl. BTW);
6° de investeringssubsidies waarvan het bedrag hoger is dan 10.000 euro.
In het kader van de vernieuwing van de aankoopprocedure, dient ook de beslissing inzake de bepaling van het begrip 'dagelijks bestuur' bijgewerkt te worden voor wat betreft de toepassing overheidsopdrachten.
Het decreet over het Lokaal Bestuur, en meer in het bijzonder de artikelen 40 en 41
De gemeenteraad stelt de plaatsingsprocedure en voorwaarden van overheidsopdrachten vast, tenzij:
De gemeenteraad stelt vast wat onder het begrip 'dagelijks bestuur' moet worden verstaan.
Wet op de overheidsopdrachten van 17 juni 2016
Gemeenteraadsbeslissing dd. 23/01/2018 houdende vaststelling van het begrip dagelijks bestuur overheidsopdrachten
Een goed afgewogen definitie van het begrip 'dagelijks bestuur' op maat van het lokaal bestuur is van belang om de bevoegdheidsverdeling tussen gemeenteraad en schepencollege duidelijk af te lijnen en om de administratieve procedures te kunnen uitwerken met het oog op organisatiebeheersing.
Gelet dat bij de administratieve opvolging van de aankoopprocedure tot op heden verschillende grensbedragen telkens dienen geëvalueerd te worden, namelijk deze voor overheidsopdracht beperkte waarde, dagelijks bestuur en visum, waardoor het belangrijk is om deze zoveel mogelijk parallel te laten lopen om verwarring te voorkomen.
Vanuit dit oogpunt wordt voorgesteld om het grensbedrag dagelijks bestuur te wijzigen van €35.000 naar €30.000 (grensbedrag voor overheidsopdracht beperkte waarde).
Op voorstel van het schepencollege dd. 15/06/2026;
Artikel 1: De gemeenteraadsbeslissing van 23/01/2018 houdende goedkeuring van -aangelegenheden van dagelijks bestuur overheidsopdrachten- wordt opgeheven.
Artikel 2: Volgende definities worden aangenomen, overeenkomstig de bepalingen van het decreet lokaal bestuur:
Artikel 3: Het begrip dagelijks bestuur wordt vastgesteld als volgt:
- het gemeentebestuur niet jaar overschrijdend gebonden wordt en de raming lager is dan € 30.000 (exclusief BTW).
- of het gemeentebestuur jaar overschrijdend gebonden wordt, maar waarbij de bijhorende raming, per jaar lager is dan € 30.000 (exclusief BTW).
Artikel 4: Het reglement treedt onmiddellijk in werking.
Elke Vlaamse stad of gemeente kan zich kandidaat stellen als ‘Pleegzorgstad’ of ‘Pleegzorggemeente’. De steden en gemeenten zetten met Pleegzorg Vlaams-Brabant & Brussel een duurzame samenwerking op poten om pleegzorg bekend te maken op een laagdrempelige manier.
Besluit van de gemeenteraad van 24 februari 2026 betreffende het engagement tot erkenning van de gemeente als ‘Pleegzorggemeente
CBS uittreksel van 15/06/2026 betreffende de principiële beslissing pleegzorggemeente
Tijdens de gemeenteraad van 24 februari 2026 stelde de LVB – Lijst van de Burger fractie voor om de gemeente Pepingen te laten erkennen als pleegzorggemeente.
Via een samenwerkingsovereenkomst (‘pleegzorgcharter’) engageert de stad of gemeente zich om meer kandidaatpleeggezinnen aan te trekken en het maatschappelijk draagvlak voor pleegzorg als hulpverlening te vergroten. In deze samenwerkingsovereenkomst staat het engagement van de stad of de gemeente beschreven. Dat kan op verschillende manieren.
Alle steden en gemeenten die het label ‘Pleegzorggemeente of -stad’ dragen, en aldus een duurzame samenwerking met Pleegzorg Vlaams- Brabant & Brussel aangaan, verbinden zich ertoe om Pleegzorg te steunen door één van onderstaande engagementen te kiezen. De praktische invulling van deze engagementen zijn voor elke stad of gemeente hetzelfde, maar kleine nuanceverschillen zijn mogelijk. Pleegzorg levert op haar beurt aan elke stad of gemeente voldoende promomateriaal zoals flyers en flyerhouders, posters, vlaggetjes, brochures en meer.
Pakket 1: Een warm hart voor pleegzorg:
1. Het pleegzorglabel
Bij de start van onze samenwerking geven we de stad of gemeente een erkenning voor hun ondersteuning door de uitreiking van een pleegzorglabel. Hang dit label op een zichtbare plek in het gemeente-of stadhuis (of op een andere prominente plek in de stad/gemeente).
2. Infomagazine
Het infomagazine van de stad of de gemeente is het perfecte communicatiekanaal om regelmatig een artikel over pleegzorg te publiceren. Graag delen wij minimum twee keer per jaar informatie over onze lopende acties en campagnes in het magazine. Deze informatie kan verschillende vormen aannemen, bijvoorbeeld: een interview, een foto, een oproep, en meer. De invulling van deze pagina kan aangeleverd worden door Pleegzorg, maar dat is zeker geen vereiste.
3. Beschikbare ruimten
Pleegzorg geeft regelmatig infosessies voor kandidaat-pleegouders. Verder engageren we ons ook om ontmoetingsmomenten te voorzien voor verschillende doelgroepen zoals ouders, pleegouders, jongeren, e.d. Opdat we deze momenten kunnen organiseren verwachten we van onze pleegzorgsteden/- gemeenten dat ze een ruimte voorzien die Pleegzorg gratis kan reserveren (max. 2x/jaar).
4. Website en sociale media
Het mee bekend maken van pleegzorgacties op sociale media, jullie website en andere (digitale) communicatiekanalen helpt ons om Pleegzorg bij iedereen bekend te maken. Plaats ons logo op een prominente plek op jullie website. Op onze beurt tonen wij vol trots met welke steden en gemeenten we samenwerken via een rubriek en berichtgeving op onze website en sociale mediakanalen.
5. Lopende acties en campagnes
Onze lopende acties en campagnes worden door de pleegzorgsteden en -gemeenten verspreid in hun netwerk. Partners worden op de hoogte gesteld. Via verschillende fora van de steden en gemeenten worden acties en campagnes gedeeld. Pleegzorg engageert zich op zijn beurt om informatie ruim op tijd ter beschikking te stellen.
Pakket 2: Een warmer hart voor pleegzorg:
Pakket 2 bouwt verder op pakket 1: ‘een warm hart voor Pleegzorg’ en voegt hier nog enkele engagementen aan toe, nl.:
6. Een breder ondersteuningsnetwerk
De gemeente of stad ondersteunt Pleegzorg door folders, flyers en posters op meerdere plekken in de gemeente uit te delen. Meer specifiek engageert de stad of de gemeente zich om op twee extra plekken informatie rond pleegzorg aan te bieden. Voorbeelden hiervan zijn bibliotheken, scholen, culturele centra, initiatieven voor kinderopvang, speelpleinwerking, e.d.
7. Ontmoetingsmoment
Om de pleegouders in de gemeente op een fijne manier samen te brengen wordt jaarlijks een ontmoetingsmoment voor pleegouders georganiseerd door de stad/gemeente. Het praatcafé is een moment om pleegouders te bedanken voor hun inzet enerzijds, en een moment van uitwisseling te creëren anderzijds. De gemeente/ stad kan rekenen op ondersteuning van de dienst Pleegzorg bij de organisatie van dit evenement.
Pakket 3: Het warmste hart voor pleegzorg:
Pakket 3 bouwt verder op pakket 2: ‘een warmer hart voor Pleegzorg’ en voegt hier nog één engagement aan toe, nl.:
8. Beleid ter ondersteuning van pleegouders en pleegkinderen
De taak van een pleegouder is niet evident en brengt heel wat uitdagingen met zich mee. Ter ondersteuning kan ingezet worden op een ‘duwtje in de rug’ voor de pleeggezinnen in de gemeente. Dit duwtje in de rug is zelf in te vullen door de stad of de gemeente. Enkele voorbeelden kunnen zijn:
> Een pleegzorgpremie (vergelijkbaar met geboortepremie)
> Gratis gebruik van de uitleendienst voor babymateriaal of babytheek
> Bepaalde kortingen bij gemeentelijke activiteiten
Pleegzorggemeente worden onder pakket 1 vraagt geen financiële inspanningen.
Amendement vanuit LVB-fractie, ingediend door S. Geerts, gemeenteraadslid, betreffende het agendapunt:
In deel Regelgeving de volgende toevoeging:
- Besluit van de gemeenteraad van 24 februari 2026 betreffende het engagement tot erkenning van de gemeente als ‘Pleegzorggemeente’
In het begin van onderdeel feiten en context, volgende toevoeging:
“Tijdens de gemeenteraad van 24 februari 2026 stelde de LVB – Lijst van de Burger fractie voor om de gemeente Pepingen te laten erkennen als pleegzorggemeente.
De voorzitter van de gemeenteraad gaat over tot de stemming over het ingediende amendement:
BESLUIT: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen:
Enig artikel: Het amendement, houdende voorstel tot toevoeging in de regelgeving en feiten en context wordt goedgekeurd.
De voorzitter van de gemeenteraad gaat over tot de stemming over het punt zoals geamendeerd:
Enige artikel: De gemeenteraad verklaart zich akkoord om zich te laten erkennen als pleegzorggemeente en hierbij in te stappen in "pakket 1: Een warm hart voor pleegzorg". Het verleent hiervoor akkoord aan volgende zaken:
Het bestuur ondertekent hiervoor de samenwerkingsovereenkomst pleegzorggemeente.
Het beheerscomité is het hoogste gezagsorgaan van de interlokale vereniging 'Huis van het Kind Pajottenland'. Het beheerscomité komt minimaal 2 maal per jaar samen, om enerzijds de begroting te bespreken en anderzijds de jaarrekening. De begroting en de jaarrekening worden steeds voorgelegd aan de gemeenteraad ter goedkeuring.
Gezien Huis van het Kind in een fase van heropstart zit, werd de begroting voor 2026 besproken op het beheerscomité van 8 mei 2026.
Het decreet lokaal bestuur, artikel 56
Het Decreet preventieve gezinsondersteuning van 29 november 2013
Het gemeenteraadsbesluit van 23 december 2025 inzake Huis van het Kind Pajottenland en Lokaal Loket Kinderopvang: wijziging vertegenwoordiger en organisator naar gemeente Pajottegem intentieverklaring tot oprichting interlokale vereniging
Het gemeenteraadsbesluit van 28 januari 2026 inzake Interlokale vereniging Huis van het Kind Pajottenland - statuten.
Het gemeenteraadsbesluit van 28 januari 2026 inzake Interlokale vereniging Huis van het Kind Pajottenland - aanduiding van effectief lid en plaatsvervanger beheerscomité
CBS besluit van 15 juni 2026 inzake verslag beheerscomité Huis van het Kind Pajottenland op 8 mei 2026.
CBS besluit van 19 juni 2026 inzake de principiële goedkeuring van de begroting 2026 van Huis van het kind Pajottenland.
De begroting wordt ingedeeld op basis van de 3 pijlers van preventieve gezinsondersteuning namelijk: preventieve gezondheidszorg, opvoedingsondersteuning en sociale cohesie. Daarnaast wordt nog eenluik rond netwerking toegevoegd.
De werking van Huis van het Kind Pajottenland was een jaar inactief. Hierdoor heeft het beheerscomité, op aanraden van de werkgroep, beslist dat bekendmaking en netwerken een belangrijk doel is. Partners en (toekomstige) ouders moeten Huis van het Kind leren kennen en weten voor welke vragen ze waar terecht kunnen.
In de begroting worden ook de overheadskosten toegevoegd. Overheadskosten omvatten:
| INKOMSTEN 2026 |
|
| Subsidies agentschap Opgroeien voor preventieve gezinsondersteuning |
€ 19.350 |
| Subsidies agentschap Opgroeien voor het Lokaal Loket |
€ 8.766 |
| Aandeel Pajottegem |
€ 11.750 |
| Aandeel Lennik |
€ 4045 |
| Aandeel Pepingen |
€ 2311 |
| Aandeel Bever |
€ 1156 |
| TOTAAL |
€ 47.378 |
|
|
|
| UITGAVEN 2026 |
|
|
| Personeelskost coördinator Pajottegem |
|
€ 34.889 |
|
|
|
|
| Werkingskosten Preventieve gezinsondersteuning |
|
|
| 1. Preventieve gezondheidszorg |
|
|
| 1.1. Deelname aan netwerkmomenten (Perinataal netwerk ELZ, werkgroep kinderen en jongeren ELZ, bovenlokaal overleg huizen vh kind Pajottenland & LOK, werkgroep IFG) |
€ 0 |
|
| 1.2. Organiseren van zitdagen FONS ivm groeipakket |
€ 0 |
|
| 1.3. Organiseren van infosessies met partners of aansluiten bij bestaande infosessies |
€ 1.750 |
|
| 1.4. Huis vh Kind werkt samen met consultatiebureaus K&G op het grondgebied van de 4 deelnemende gemeenten |
€ 0 |
|
| 1.5. De deelnemende gemeenten zetten in op de integratie van de BIB tool |
€ 0 |
|
| 2. Opvoedingsondersteuning |
|
|
| 2.1. Zitdag/gemeente door coördinator HvhK |
€ 0 |
|
| 2.2. Subsidiëren van opvoedingsondersteunende initiatieven volgens het subsidiereglement |
€ 1.000 |
|
| 2.3. Blijven gebruik maken van opvang.vlaanderen voor het Lokaal Loket |
€ 0 |
|
| 3. Sociale cohesie |
|
|
| 3.1. Tweejaarlijks partnerdag organiseren |
€ 1.000 |
|
| 3.2. Werken aan bekendmaking door aanwezig te zijn op lokale evenementen (al dan niet bemande infostand) (bv: buitenspeeldag, de bib, jeugdregio, preventiedienst) |
€ 0 |
|
| 3.3. Werken aan bekendmaking van Huis van het Kind via promomateriaal |
€ 1.500 |
|
| 3.4. Werken aan bekendmaking: Tuttenbomen opnieuw promoten via scholen en gemeentelijke communicatiekanalen + Infobord bij de boom met QR-code naar website HvhK |
€ 1.000 |
|
| 3.5. Optimaliseren van luierkasten - overzicht maken van inzamel- en verdeelpunten. Verdelen via CB's, babytheken, OCMW's 't Winkeltje? |
€ 500 |
|
| 3.6. Promoten van de babytheek van BP door standen op evenementen door vrijwilligers + promo maken met flyer via bibliotheken en lokale communiecatiekanalen |
€ 1.500 |
|
| 4. Netwerking |
|
|
| 4.1. Overlegstructuur Huis vh Kind opstellen (Beheerscomité en werkgroep) |
€ 650 |
|
| 4.2. Communicatie naar ouders en partners (website actualiseren, partners informeren en promotie via gemeentelijke kanalen) |
€ 0 |
|
| 4.3. We bedanken de kinderbegeleiders tijdens de week van de kinderbegeleider |
€ 100 |
|
| Totaal werkingskosten PGO |
|
€9.000 |
|
|
|
|
| Overheadskosten |
|
|
| Onderhoud website |
€ 500 |
|
| Kosten gmail-account |
€ 100 |
|
| Andere |
€ 2.889 |
|
| Totaal Overheadskosten |
|
€3.489 |
| TOTAAL |
|
€47.378 |
Budget voorzien voor de bijdrage van Pepingen op ACT-1.2.3/0909-00/6430100 Tussenkomst in exploitatiekosten bijdrage Huis van het Kind Pajottenland.
Enig artikel: De gemeenteraad keurt de begroting van Huis van het Kind voor 2026 goed.
Naar aanleiding van de collegebeslissing van 27/10/2025 waarbij het college zijn goedkeuring verleende aan de verwerving op basis van artikel 13 van het gemeentewegendecreet en verwijzend naar de collegebeslissing van 16/03/2026 waarin bepaald wordt dat er een gemeenteraadsbeslissing dient te worden opgemaakt voor :
Op voorstel van het college van burgemeester en schepenen van 15/06/2026.
Decreet Lokaal Bestuur;
Decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen, inzonderheid de artikelen 3 en 13;
Het burgerlijke wetboek, inzonderheid de bepalingen inzake verkrijgende verjaring;
Reeds genomen beslissingen:
Overwegende dat de vermelde grondstroken (conform bijlage 1) feitelijk deel uitmaken van de wegbedding en reeds langdurig worden gebruikt als openbare weg;
Overwegende dat de gemeente op deze grondstroken gedurende meer dan 30 jaar onafgebroken, openbaar en ondubbelzinnig bezit heeft uitgeoefend, waaruit duidelijk de wil blijkt om als eigenaar van de wegbedding op te treden;
Overwegende dat deze bezitshandelingen onder meer bestaan uit:
Overwegende dat hiermee voldaan is aan de voorwaarden van verkrijgende verjaring zoals bedoeld in artikel 13 GWD;
Overwegende dat artikel 13 GWD de gemeenteraad uitdrukkelijk de bevoegdheid verleent om dergelijke grondstroken zonder financiële vergoeding op te nemen in het openbaar domein;
Overwegende dat het aangewezen is om de feitelijke toestand te regulariseren door de betrokken grondstroken te affecteren aan het openbaar domein;
Artikel 1: De gemeenteraad stelt vast dat de gemeente, met toepassing van artikel 13 GWD, door verkrijgende verjaring eigenaar is geworden van de grondstroken, aangeduid op het rooilijnplan dd. 20/05/2026 conform BIJLAGE 1.
Artikel 2: De gemeenteraad stelt het rooilijnplan dd. 20/05/2026, opgemaakt in het kader van het project KWZI Beert - T513002 - Collector J. De Maeghtstraat voorlopig vast conform BIJLAGE 1 inclusief de coördinaten, coördinatenlijst en lijst van aanpalers. Het ontwerp zal onderworpen worden aan een openbaar onderzoek overeenkomstig de regelgeving (BIJLAGE 2). Nadien zal dit, na verwerking van eventuele bezwaren, opnieuw aan de gemeenteraad worden voorgelegd voor definitieve vaststelling.
Artikel 3: De in artikel 1 vermelde grondstroken worden geaffecteerd aan het openbaar domein en toegevoegd aan de gemeentelijke weg. Er zal een prekad aangevraagd worden bij de betreffende overheidsdienst in het kader van affectatie.
Artikel 4: Het College van burgemeester en schepenen wordt belast met de administratieve afhandeling.
Op 1 september 2026 verandert het opvanglandschap voor schoolgaande kinderen grondig. Vanaf dan dient het decreet buitenschoolse opvang en activiteiten geïmplementeerd te zijn in de lokale praktijk.
Decreet lokaal bestuur
Decreet houdende de organisatie van buitenschoolse opvang en afstemming tussen buitenschoolse activiteiten (afgekort "het decreet buitenschoolse opvang en activiteiten " ofwel BOA) van 3 mei 2019 en latere wijzigingen
Omzendbrief aan het college van Burgemeester en schepenen vanuit de Vlaamse overheid van 18 december 2020
Gemeenteraadsbeslissing van 20 mei 2010 houdende goedkeuring samenwerkingsovereenkomst en concessie in kader van de toenmalige overdracht van de dienstverlening buitenschoolse kinderopvang
Gemeenteraadsbeslissing van 24 februari 2026 houdende BOA: oprichting LSV (lokaal samenwerkingsverband) - missie en visie - erkenningskader en bestek 'Organiseren gemeentelijk opvangaanbod voor schoolgaande kinderen in kader van BOA decreet”. Beslissing
Vanaf het in werking treden van het decreet ging een transitieperiode van start van 6 jaar. Tijdens deze periode behielden gesubsidieerde initiatieven hun subsidie vanuit Opgroeien. Deze periode loopt definitief af op 01/09/2026.
Infano vroeg aan het gemeentebestuur met betrekking tot de continuering van de samenwerking de huidige werking te verlengen tot het einde van de overgangstermijn BOA-decreet, concreet tot 01/09/2026. Deze vraag werd ingewilligd door het schepencollege op 14/04/2025 na beslissing op 31/03/2025 om de transitieperiode te verlengen tot 01/09/2026, mogelijk na wijziging van het BOA-decreet.
Bij de toekenning van subsidie aan een externe actor dient het lokaal bestuur de Europese regelgeving na te leven. Het aanbod buitenschoolse opvang is te beschouwen als Dienst van Algemeen Economisch Belang (DAEB). Deze dienst wordt toegewezen via een besluit aan een organisatie. Hiervoor werd een markbevraging georganiseerd (vereenvoudigde onderhandelingsprocedure met voorafgaande bekendmaking).
Op voorstel van het schepencollege dd. 15 juni 2026;
Het budget voorzien in het meerjarenplan zal de organisatie van buitenschoolse opvang en activiteiten in de gemeente ondersteunen.
Enig artikel: De gemeenteraad beslist om de samenwerkingsovereenkomst concessie, aangegaan met VZW Infano, goedgekeurd door de gemeenteraad op 20 mei 2010, stop te zetten vanaf 1 september 2026, wegens de beëindiging van de decretale transitieperiode.
Het decreet van 3 mei 2019 houdende de organisatie van buitenschoolse opvang en activiteiten (BOA-decreet) beoogt een geïntegreerd lokaal beleid uit te bouwen dat kinderen maximale ontwikkelingskansen biedt en ouders ondersteunt bij de combinatie van arbeid, gezin en vrije tijd.
Het BOA-decreet heeft daarbij onder meer volgende doelstellingen:
De gemeente Pepingen treedt binnen het BOA-beleid op als regisseur en ontvangt hiervoor Vlaamse middelen, waaronder een toegankelijkheidssubsidie voor doelgroepkinderen.
De huidige regeling voorziet opvang van 7u00 tot 19u00. De voorgestelde hervorming
- beperkt de opvanguren tot starten om 7u30 en eindigen om18u00.
- Breidt de betalende opvang uit: van opvang vóór 8u00 naar opvang vóór 8u30; van opvang na 16u30 naar opvang na 16u00.
- De 25% korting voor opvang van meerdere kinderen geldt voortaan pas vanaf het derde kind
- het dagtarief op schoolvrije dagen verhoogd van €13 naar €15.
Hierdoor stijgt voor vele gezinnen de effectieve opvangfactuur ondanks het behoud van het basistarief van €1,25 per begonnen half uur.
Een gezin met één kind dat bv. op schooldagen aankomt om 8.15u en vertrekt om 16.15u zal minstens €427 per schooljaar meer betalen. Voor een gezin met twee kinderen loopt dat op tot minstens €854 per schooljaar, omdat de korting voor het tweede kind ook wegvalt. De aangekondigde indexering vanaf september 2027 is daar nog niet in meegerekend
De gemeenteraad stelt vast dat de voorgestelde hervorming leidt tot: een beperking van de beschikbare opvanguren; een uitbreiding van de betalende opvangmomenten; een verhoging van de opvangfactuur voor een aantal gezinnen.
De gemeenteraad stelt bovendien vast dat de financiële simulatie die werd opgesteld in het kader van het lastenboek uitgaat van geraamde ouderbijdragen ten belope van € 248.122, berekend op basis van de voorgestelde nieuwe tarieven en opvangmodaliteiten. De geraamde kostprijs van het BOA-project ( voor- en naschoolse opvang ) bedraagt € 392.982, terwijl de gemeente kan rekenen op een BOA-subsidie van € 185.184 en daarnaast zelf reeds een gemeentelijke bijdrage van € 39.200 voorziet. Op basis van de simulatie is er dus een overschot van 79.525 euro
De gemeenteraad stelt vast dat geen vergelijkende simulatie werd voorgelegd waarin de huidige opvangregeling en tariefstructuur behouden blijven
De gemeenteraad stelt vast dat er nog geen externe partner werd aangeduid;
Overwegende dat de opvang tussen 8u00 en de aanvang van de lessen vandaag gedeeltelijk wordt georganiseerd met inzet van onderwijzend personeel;
Overwegende dat de gemeenteraad begrip heeft voor de noodzaak om de organisatie van deze opvangmomenten niet langer structureel beroep te doen op onderwijzend personeel voor opvangtaken;
Overwegende dat deze organisatorische wijziging op zich evenwel geen afdoende motivering vormt voor een beperking van de opvanguren of een verhoging van de financiële bijdrage van gezinnen;
Overwegende dat het BOA-decreet net beoogt om de toegankelijkheid van de opvang te verhogen, financiële en praktische drempels weg te werken en ouders beter te ondersteunen bij de combinatie van arbeid en gezin;
De gemeenteraad is daarom van oordeel dat eerst duidelijkheid moet bestaan over de noodzaak en proportionaliteit van de voorgestelde prijsverhogingen alvorens gezinnen geconfronteerd worden met hogere opvangfacturen.
Artikel 1:De gemeenteraad bevestigt dat de uitvoering van het BOA-decreet in Pepingen prioritair gericht moet zijn op:
Artikel 2: De gemeenteraad vraagt het college van burgemeester en schepenen om samen met de betrokken scholen, de oudercomités en de opvangpartner te onderzoeken op welke wijze een opvangaanbod kan worden georganiseerd dat qua opvanguren, toegankelijkheid en betaalbaarheid maximaal aansluit bij de huidige regeling, met nadruk op kwetsbare gezinnen.
Artikel 3: De gemeenteraad vraagt het college om de beschikbare BOA-middelen, toegankelijkheidssubsidies en de gebudgetteerde gemeentelijke tussenkomst , prioritair aan te wenden om de betaalbaarheid en toegankelijkheid van de buitenschoolse opvang te garanderen, met nadruk op kwetsbare gezinnen
Artikel 4 : Indien het behoud van de huidige opvangregeling bijkomende financiële inspanningen van de gemeente vereist, wordt het college verzocht hiervoor de nodige budgettaire voorstellen uit te werken.
De Vlaamse minister van Omgeving, Jo Brouns, heeft begin juni 2026 een omgevingsvergunning verleend voor de bouw en exploitatie van een windturbine met een tiphoogte van 200 meter in het Krokumveld te Beert.
Artikel 21 Decreet lokaal bestuur.
De vergunde windturbine heeft een maximale tiphoogte van 200 meter en wordt ingeplant in het Krokumveld te Beert. Tijdens het openbaar onderzoek werden talrijke bezwaren ingediend door omwonenden, onder meer met betrekking tot mogelijke geluidshinder, slagschaduw, de impact op de leefkwaliteit en de aantasting van het open landschap. Desondanks besliste de Vlaamse minister van Omgeving alsnog de vergunning te verlenen.
LVB - Lijst van de Burger vraagt om een procedure op te starten bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen om deze vergunning te vernietigen.
Na voorstel vanuit de fractie Team Pepingen om de behandeling van het agendapunt te verdagen, wordt op vraag van de LVB-fractie de vergadering geschorst. De LVB-fractie verlaat de vergaderruimte.
Nadat de voltallige raad terug aanwezig is, wordt de vergadering verder gezet. De LVB-fractie gaat niet akkoord met een verdaging.
Gelet op het voorstel van besluit:
Enig artikel: Het college van burgemeester en schepenen te gelasten met de opstart van een juridische procedure bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen voor de vernietiging van de omgevingsvergunning administratief gekend als “Project Pepingen Spoor (2025129273)”
Amendement vanuit fractie TEAM Pepingen, ingediend door K. De Cuyper, schepen, betreffende het agendapunt:
Artikel in het besluit van het toegevoegde punt integraal te vervangen door :
De voorzitter van de gemeenteraad gaat over tot de stemming over het ingediende amendement:
BESLUIT: Met 8 stemmen voor (Luc Decrick, Peter Van Cutsem, Kristof De Cuyper, Hanneke Agneessens, Suzanne De Cort, Patrick Vanbellinghen, Marleen Pollé, Frieda Moriau), 7 stemmen tegen (Eddy Timmermans, Greta Cochez, Rudi Seghers, Saskia Beeckmans, Sander Geerts, Lotte Van Cutsem, Johan Peetroons):
Enig artikel: Het amendement, houdende voorstel tot wijziging van het enig artikel in het besluit wordt goedgekeurd.
De voorzitter van de gemeenteraad gaat over tot de stemming over het punt zoals geamendeerd:
Enig artikel: Gemeenteraad onderschrijft de collegebeslissingen dd. 8 juni 2026 en 12 juni 2026.
De LVB - Lijst van de Burger fractie wenst de werking van erkende jeugdverenigingen verder te ondersteunen met een proefreglement voor 1 jaar, met de mogelijkheid tot uitbreiding, hetzij in tijd, hetzij naar andere erkende verenigingen.
Artikel 21 Decreet lokaal bestuur.
Dit voorliggend reglement recyclagepark jeugdverenigingen heeft tot doel erkende jeugdverenigingen te ondersteunen bij hun werking tijdens de zomer en bovendien bij het onderhoud van hun infrastructuur. Door de vereniging toegang te verlenen tot het recyclagepark streeft het lokaal bestuur tegelijk naar een sensibilisering en bevordering van milieubewust handelen bij Pepingse verenigingen.
Dit reglement voorziet één dag gratis toegang tot het gemeentelijk recyclagepark gedurende de periode van 1 juli tot en met 31 augustus voor de erkende jeugdverenigingen van Pepingen. Het reglement is slechts één jaar geldig en dient als proefproject dat later kan worden uitgebreid naar andere periodes of andere verenigingen met een erkende werking binnen de gemeente.
Het reglement dient te worden geëvalueerd binnen de adviesraden na afloop van de periode.
De LVB - Lijst van de Burger fractie vraagt de goedkeuring en latere evaluatie van dit reglement. Het college wordt tevens gelast met een terugkoppeling naar de gemeenteraad.
Artikel 1: De gemeenteraad verleent zijn goedkeuring aan het reglement recyclagepark jeugdverenigingen (bijlage 1).
Artikel 2: Het college wordt gelast met een evaluatie binnen de Pepingse adviesraden na afloop van de periode van het reglement.
Artikel 3: Het resultaat van de evaluatie binnen één jaar na bekendmaking van dit besluit ter kennis te brengen op de gemeenteraad.
Naar aanleiding van het versturen van de agenda voor de gemeenteraad van heden ontving het lokaal bestuur onderstaande vragen van mandatarissen.
Huishoudelijk reglement van de gemeenteraad art. 11 §3.
Enig artikel: De volgende antwoorden op de mondelinge vragen vanuit de LVB-fractie worden geformuleerd:
Vraag vanwege gemeenteraadslid LVB-fractie, Saskia Beeckmans:
Antwoord vanwege de schepen, Kristof De Cuyper:
In de vraagstelling staan toch een aantal onwaarheden en/of pogingen om een negatieve sfeer te creëren rond een project en/of rond een persoon en/of rond een beleid. Ik verklaar me nader.
Het verhaal start met een idee en opmaak van een subsidieaanvraag. Deze werd ingediend volgens CBS dd. 6 oktober 2025 (gezien indieningsdatum liep tot 15 oktober 2025) en kreeg een provinciale subsidie toegewezen dd. 27 november 2025 waarvan CBS in kennis werd gesteld door de dienst dd.19 januari 2026. De startdatum van het project met subsidies vanwege de provincie Vlaams-Brabant was januari 2026. Van deze info werd vraagsteller destijds reeds in kennis gesteld via CBS beslissingen dd. 6 oktober 2025 en dd. 19 januari 2026.
Er werd effectief nagedacht over de aanpak. Kijkende naar de krappe personeelsbezetting , werd er bewust gekozen om te communiceren via het gemeentelijk informatieblad "Pepingen Informeert" en dit gedurende een lange periode - niet 1x maar 3x m.a.w in de edities van januari, februari en maart 2026. Het is correct dat de verantwoordelijkheid ook bij de lokale handelaar/ondernemer kwam te liggen ifv zich in te schrijven voor een gratise publicatie in de handelsgids. Er was namelijk sowieso enige insteek nodig vanwege de lokale handelaar/ondernemer zoals bv de rubriekkeuze. De drempel werd laag gelegd om iedere handelaar/ondernemer de kans te geven zijn/haar gegevens door te geven en gepubliceerd te krijgen. Vraagsteller kon dit lezen in CBS beslissing dd. 2 februari 2026. Meer dan twee maanden had men de tijd zich te registreren. Dit kon zowel digitaal via een QR code als analoog via inschrijvingsformulier. De gemeente beschikt helaas niet over een databank van lokale handelaars. Wat betreft de GDPR werd de insteek intern meegekregen dat verzamelde persoongegevens van bv de Roefeldag niet konden gebruikt worden voor de opmaak van de handelsgids. Deze instructie werd dan ook gevolgd. We moesten dus van nul beginnen.
De invulling van de Middenstandsraad (installatievergadering) - waarvan de vraagsteller kennis heeft via CBS beslissing- is daterend van 11 februari 2026. Onmiddellijk werd de Middenstandsraad in kennis gesteld van het project handelsgids "Ondernemend Pepingen" en ook met toelichting van het voortraject en reeds genomen beslissingen.
Er is wel degelijk ruim gecommuniceerd. Zowel in 3 opeenvolgende edities van het gemeentelijk blad Pepingen Informeert (namelijk editie januari, februari en maart 2026) als op Facebook, Instagram en via de gemeentelijke website zijn oproepen gepubliceerd aan alle ondernemers en handelaars om in te schrijven voor de "Handelsgids - ondernemend Pepingen". Alle leden van de middenstandsraad werden bovendien gevraagd hun netwerk aan te spreken. Was tevens een suggestie van de Middenstandsraad zelf in vergadering dd. 11 februari 2026.
De gids heeft betrekking op periode 2026 - 2028 en kan dus niet pas einde van 2026 uitkomen. In CBS dd. 9 april 2026 werd beslist extern prijs te vragen voor opmaak grafisch ontwerp en drukwerk, welke resulteerde in een gunning via CBS dd. 27 april 2026 met als doel naast een grafisch ontwerp ook in druk te gaan begin juni 2026 en werd er door CBS kennis genomen van de 72 geregistreerde lokale handelaars/ondernemers. In CBS dd. 11 mei 2026 werd beslist vrijblijvende offertes te vragen ifv het lanceringsmoment van de handelsgids. Niet alleen de middenstandsraad werd hiervan ingelicht dd. 5 mei 2026 maar ook de vraagsteller heeft hier kennis van via CBS beslissingen dd. 9 april , dd. 27 april , dd. 11 mei , 18 mei en dd. 22 mei 2026 . Het lanceringsmoment werd mede vastgelegd door de provincie gezien hun financiële bijdrage. Middenstandsraad was van mening dat er vooruit kon gegaan worden en dat het jammer was dat niet iedereen op de oproepen inging. In het persartikel na de lanceringsavond staat ook een verwijzing en appreciatie naar de Middenstandsraad. In het artikel van Pepingen Informeert editie juni 2026 staat letterlijk ".... Een van de eerste concrete engagementen is de steun voor de handelsgids Pepingen 2026-2028. Dit initiatief van de gemeente Pepingen en de provincie Vlaams-Brabant wil lokale handelaars en ondernemingen extra zichtbaar maken. De middenstandsraad zal actief meewerken aan de promotie van deze gids."
De databank die we nu hebben aangelegd, zal als basis gebruikt worden voor de 2e editie van de handelsgids , indien we hiervoor opnieuw een subsidie kunnen bekomen bij de provincie Vlaams-Brabant. De oproep om deze lijst aan te vullen, zal gebeuren in het najaar van 2028.
Als schepen heb ik absoluut geen kritiek geuit - noch mondeling, noch schriftelijk - aan het adres van de zelfstandigen zelf , laat staan aan de leden van de middenstandsraad. Deze bewering vanwege de vraagsteller is dan ook volledig foutief.
Al deze info is reeds bekend via CBS beslissingen. Waarom stelt de vraagsteller dan pas haar vragen nadien ? Vraagsteller heeft zich geregistreerd voor een gratise opname in de handelsgids. Vraagsteller heeft ook met partner deelgenomen aan de feestelijke lanceringsavond van de handelsgids. Op geen enkel moment werd er toen een vraag gesteld, een suggestie gedaan en/of kritische noot geuit. Nu op de gemeenteraadszitting van 29 juni 2026 wel.
Ook op het communicatiekanaal van LVB was er een oproep tot inschrijving, waarvoor dank. Maar jammer genoeg heeft dit dan ook niet ervoor kunnen zorgen dat alle lokale handelaars/ondernemingen zich hebben geregistreerd. Jammer , maar het is zo. Wij wijzen echter niemand aan.
De gemeente is officieel via mails gevat vanwege twee lokale handelaars, welke per kerende een schriftelijk antwoord als verduidelijking hebben ontvangen.
Het is jammer dat de vraagsteller zo kritisch is. Mag dit : ja, kan dit: ja ...... maar is dit hoffelijk : neen.
En zeker niet als we even kijken naar vorige legislatuur.
In vorige legislatuur - periode 2019/2024 - was er geen invulling van de Middenstandsraad
In vorige legislatuur was er ook geen handelsgids
In vorige legislatuur was er ook geen opmaak van een databank met beschikbare en bruikbare info
Het is dus helemaal niet correct om het project handelsgids "Ondernemend Pepingen 2026 - 2028" zo te kleineren. We zouden dit beter omarmen, ondersteunen en opbouwen ipv afbreken. Bij deze wens ik dan nogmaals alle mensen te bedanken die hieraan meegewerkt hebben. Het is weldegelijk een succes en ik kijk alvast uit naar de volgende editie 2029-2031 (inclusief een digitale versie) , want die gaat exploderen naar aantal gepubliceerde lokale handelaars/ondernemers.
Gelukkig horen we ook positieve signalen van de mensen en dat geeft opnieuw de energie om dagelijks zich opnieuw in te zetten voor oa een ondernemend Pepingen waar het mooi leven, werken en vertoeven is.
Wat betreft de verdere opmaak van een databank lokale handelaars zal er samen met de middenstandsraad nagedacht worden op welke werkwijze we dit samen kunnen doen. M.a.w er zal niet gewacht worden tot het najaar van 2028.
Vraag vanwege gemeenteraadslid LVB-fractie, Rudi Seghers:
In de aangrenzende gemeenten Tubize en Rebecq , wordt momenteel een project onderzocht voor de plaatsing van 3 windturbines van 200 meter hoog in de omgeving van de Rue de Ham, Chaussée d'Enghien, Rue Quehain, Rue du Platain Bois, Een eerste informatievergadering zou plaatsgevonden hebben op 4 juni. Volgens de beschikbare informatie zou deze windturbine op zeer korte afstand van de gemeentegrens met Pepingen worden ingeplant, meer bepaald in de nabijheid van Kasteel Ten Dael, Trop, Heikruissteenweeg… Een dergelijk project kan belangrijke gevolgen hebben voor de inwoners van onze gemeente, en het landschap; Daarom de volgende vragen voor het college:
Antwoord vanwege de schepen, Kristof De Cuyer:
1.Gezien de geruchten werd op interne vraag reeds op 29 mei 2026 een mail gestuurd door onze coördinator Omgeving richting de gemeente Tubeke met de vraag of deze informatie correct is. Zo ja, of men ons de informatie van dit dossier zou spoedig mogelijk zou willen overmaken.
Op 23 juni 2026 werd de gemeente Pepingen gevat met een antwoordmail vanwege de gemeente Tubeke. Hieruit blijkt het volgende:
-er is momenteel nog geen officiële vergunningsaanvraag voor windturbines ingediend bij de administratie van de gemeente Tubeke;
-volgens lokale informatie zou een projectontwikkelaar wel van plan zijn om de komende maanden een aanvraag in te dienen.
-het betrokken terrein staat op een Waalse kaart met potentiële locaties voor windenergieprojecten.
-een milieueffectenstudie zou al lopen en betrokken landbouwers zouden reeds gecontacteerd zijn ifv grondgebruik,
-de gemeente Tubeke heeft echter nog geen officiële informtie ontvangen en kent de identiteit van de projectontwikkelaar niet
Daarnaast werd de gemeente gevat via een mail dd. 12 juni 2026 vanwege een collectief van omwonenden zijnde bewoners van de omgeving van de Rue de Ham in Rebecq en omliggende wijken. De inhoud van de mail is een opsomming van aandachtspunten en vraag tot waakzaamheid , dit alles in een constructieve dialoog. Vanuit het collectief werd gewezen op het feit dat een grondige toetsing aan de bestemmingsvoorschriften, de relevante rechtspraak en de principes van een goede ruimtelijke ordening een rol spelen en het van belang is dat deze kwesties vanaf de eerste fase van het dossier nauwkeurig worden geanalyseerd. Daar zijn : landschappelijke gevoeligheid van de site, nabijheid van woningen en levenskwaliteit, noodzaak aan een grondige effectenanalyse
In de mail doet men ook de suggestie , gelet de aanwezige expertise binnen de kern van het collectief, om ondersteuning te geven bij het opstellen van een gedetailleerd en onderbouwd advies, zoals dat ook gebeurde in 2011 en 2013 voor eerdere projecten op dezelfde locaties.
2.Aangezien er geen officieel dossier is , kan er ook geen officieel standpunt ingenomen worden
3.De gemeente Pepingen heeft reeds stappen ondernomen en zal dit verder blijven opvolgen.
Vraag vanwege gemeenteraadslid LVB-fractie, Lotte Van Cutsem:
Antwoord vanwege de burgemeester, Peter Van Cutsem:
Wij wensen te verduidelijken dat het gemeentebestuur van Pepingen tot op heden geen enkele officiële communicatie heeft ontvangen waarin de mogelijkheid werd geboden om zich aan te sluiten bij het beroep tegen de federale pensioenregeling. Ook tijdens overlegmomenten, zoals het burgemeestersoverleg of andere regionale overleg, is dit dossier nooit ter sprake gekomen.
Wij hebben dan ook pas vorige week, via de berichtgeving in de pers, kennisgenomen van het initiatief en van de deelname van een aantal lokale besturen, waaronder Lennik. Het is dan ook jammer dat hierover geen voorafgaande afstemming met de regio heeft plaatsgevonden.
Daarnaast is het nuttig om de cijfers in hun context te plaatsen. Tot op vandaag hebben 62 van de 545 lokale besturen zich aangesloten bij het initiatief. Dat betekent dat een ruime meerderheid van de lokale besturen ervoor heeft gekozen om dit niet te doen. Ook in onze onmiddellijke regio heeft, voor zover ons bekend, geen enkel ander omliggend lokaal bestuur zich aangesloten. Dat illustreert dat besturen hierin elk hun eigen juridische, financiële en beleidsmatige afweging maken.
Wat de pensioenlast betreft, is het belangrijk om te benadrukken dat de uiteindelijke financiële impact voor een lokaal bestuur onder meer wordt bepaald door de responsabiliseringsbijdrage. Die is verschuldigd wanneer de totale pensioenuitgaven hoger liggen dan de opbrengst van de basisbijdrage. De omvang van die impact is dus afhankelijk van verschillende factoren en evolueert jaarlijks. Daarom lijkt het ons aangewezen om dit dossier, samen met de financiële dienst, grondig te analyseren zodat we een correct beeld krijgen van de huidige en toekomstige financiële gevolgen voor Pepingen.
Wat een eventuele aansluiting bij het lopende initiatief betreft: omdat wij pas recent kennis hebben genomen van dit engagement, onderzoeken wij momenteel nog de context, de modaliteiten en de eventuele mogelijkheid om alsnog aan te sluiten of op een andere manier aan te haken bij gezamenlijke stappen. Zodra daarover duidelijkheid is, zal het bestuur hierover terugkoppelen.
Vraag vanwege gemeenteraadslid LVB-fractie, Johan Peetroons:
Antwoord vanwege de burgemeester, Peter Van Cutsem:
Er wordt gesuggereerd dat de start van de werken in Terheugen pas op het laatste moment zou zijn gecommuniceerd. Dat beeld klopt niet met de feiten zoals die zich hebben voorgedaan en zoals ze ook stapsgewijs zijn gecommuniceerd.
Reeds op 5 mei ontvingen alle betrokken bewoners van de Nerebosstraat, Terheugenstraat en Terheugen een uitnodiging voor de infovergadering van 27 mei. In die brief werd duidelijk vermeld dat de aannemer de eerste fase van de werken zou aanvatten in juni 2026. Daarmee werd dus al een duidelijke timing meegegeven binnen de beschikbare informatie op dat moment.
Op 27 mei vond vervolgens de infovergadering zelf plaats, waar de planning en fasering uitgebreid werd toegelicht aan de bewoners. Tijdens die vergadering werd ook bevestigd dat de aannemer half mei de definitieve startdatum had vastgelegd op 1 juni. Op dat moment was er dus effectief sprake van een geconcretiseerde en definitieve planning, die meteen met de aanwezige inwoners werd gedeeld.
Daarnaast is het belangrijk om te benadrukken dat de startvergadering met alle betrokken partijen zoals de aannemer, studiebureau, Aquafin en reeds plaatsvond op 27 maart, en dat het verslag daarvan ook werd voorgelegd aan het schepencollege. Tijdens die startvergadering werd expliciet gevraagd om, zodra mogelijk, een duidelijke richtperiode door te geven. Dat was net bedoeld om tijdig afstemming mogelijk te maken met lokale organisaties, zoals wandel-, loop- en fietsevents, interne organisaties zoals “Schatten van Vlieg”, en andere lokale activiteiten. Ook in de coördinatievergadering van 2 april met organisatoren van evenementen werd die informatie gedeeld.
Belangrijk is dus dat er vanaf begin mei een duidelijke en formele communicatie naar de bewoners is gebeurd, en dat er ongeveer een maand voorafgaand aan de effectieve start een concrete startdatum gekend en meegedeeld was. De eerdere communicatie met een voorlopige timing was noodzakelijk en functioneel om de praktische planning met lokale actoren mogelijk te maken.
De stelling dat de start “tot op het laatste moment” niet bekend zou zijn geweest, is dan ook niet correct. De informatie werd gefaseerd en zodra ze beschikbaar en bevestigd was, ook onmiddellijk gedeeld met de betrokken inwoners.
Vraag vanwege gemeenteraadslid LVB-fractie, Greta Cochez:
Pepingen kiest voor hondenlosloopweide in geboorteboomgaard.
Antwoord vanwege de schepen, Kristof De Cuyper:
Vraag vanwege gemeenteraadslid LVB-fractie, Eddy Timmermans:
Antwoord vanwege de burgemeester, Peter Van Cutsem:
Na rondvraag in de buurt van het perceel blijkt dat het terrein werd gemaaid door een loonwerker, zoals ook in het verleden gebeurde.
Bij navraag bij de technische dienst met betrekking tot het onderhoud van dit perceel werd bevestigd dat zij hiervoor geen opdracht hebben ontvangen in het verleden en dus ook geen nieuwe opdracht hebben uitgevaardigd voor deze periodieke maaibeurt.
Wat betreft de marktbevraging en de toewijzing: voor het ter beschikking stellen van dit perceel voor privégebruik wordt niet gewerkt met een marktbevraging, maar met een oproep tot kandidaatstelling. In dit geval is er dus geen marktbevraging geweest.
Vraag vanwege gemeenteraadslid LVB-fractie, Sander Geerts:
Het schepencollege plant om werken te laten uitvoeren in de zagerij, tegelijk werden er al onvergunde werken opgestart:
Antwoord vanwege de schepen, Kristof De Cuyper:
In de eerste zin van de vraagstelling wordt naast een voorafname (schepencollege plant om werken te laten uitvoeren in de zagerij) ook reeds een beoordeling gedaan (tegelijk werden er al onvergunde werken opgestart).
Graag enige rechtzetting : ten eerste plant het schepencollege geen werken te laten uitvoeren in de zagerij. Dit is een project vanwege Infano. Alle werken die er gebeuren zijn in opdracht en onder de verantwoordelijkheid van Infano. Ten tweede is er tot op heden geen enkele vraag naar onderzoek over eventuele onvergunde werken. De vraagsteller heeft dit onderzoek blijkbaar zelf gedaan aangezien er reeds een beoordeling in de vraagstelling staat geformuleerd.
Wat wel correct is , is dat in de vorige legislatuur er een omgevingsvergunning afgeleverd werd aan Infano voor de verbouwing van de oude zagerij.
Door tussenkomst van de nieuwe bestuursploeg sinds 3 januari 2025 heeft Infano binnen de vervaltermijn een aanvang der werken uitgevoerd. Zo niet was de destijds afgeleverde omgevingsvergunning niet meer geldig. Op basis van deze vergunning heeft de bouwheer zijn uitvoeringswerken gestart.
Blijkbaar heeft u kennis van een nieuwe omgevingsaanvraag. Na interne navraag op de dienst ruimtelijke ordening blijkt er op 4 juni 2026 via het omgevingsloket effectief een nieuwe omgevingsaanvraag met betrekking tot het gebouw oude zagerij te zijn ingediend.
Na nazicht op volledigheid door de omgevingsambtenaar zal de procedure opgestart worden.
Er wordt vanavond kennis genomen van de vraag of eerder te beschouwen als een melding / klacht vanwege het raadslid en deze zal dus ook per kerende overgemaakt worden aan de omgevingsambtenaar. Indien er effectief werken in uitvoering zijn zonder vergunning en dit is vastgesteld, zal aan de bouwheer per kerende schriftelijk gevraagd worden deze werken te stoppen. Tevens maken we deze vraag, samen met het gegeven antwoord ook reeds preventief over aan de bouwheer, maar weet dat het vrijstellingsbesluit van de Vlaamse Regering dd. 1 maart 2026 tot bepaling van stedenbouwkundige handelingen waarvoor geen omgevingsvergunning nodig is aangeeft in punt 2 van het besluit dat er oa voor handelingen aan gevels en daken, zonder de energieprestatie van het gebouw te verslechteren en zonder fysiek bouwvolume te wijzigen en in punt 4 van het besluit voor binnenverbouwingen er geen omgevingsvergunning nodig is.
De voorzitter sluit de zitting op 29/06/2026 om 20:26.