Het lokaal bestuur ontving via het Agentschap Binnenlands Bestuur een klacht vanwege de heer De Roubaix André, raadslid, aangaande de schending van het inzagerecht van raadsleden.
Decreet lokaal bestuur art. 29, 287, 331, 332 en 333.
Collegebeslissing van 5 juli 2021 betreffende de weigering om de aangepaste startnota fietspadendossier te bezorgen aan raadslid De Roubaix.
Collegebeslissing van 4 augustus 2021 betreffende de kennisname van de klacht bij het Agentschap Binnenlands Bestuur.
Collegebeslissing van 13 augustus 2021 betreffende het antwoord vanuit het lokaal bestuur t.a.v. het Agentschap.
De heer De Roubaix vroeg inzagerecht in de aangepaste startnota fietspadendossier Eikstraat. De vraag tot inzage in het document werd door het college van burgemeester en schepenen negatief beantwoord in zitting van 5 juli 2021.
Op 29 juli 2021 ontving het lokaal bestuur een klacht omtrent dit dossier via het Agentschap Binnenlands Bestuur. Op 19 augustus bezorgde het bestuur het antwoord vanuit het college van burgemeester en schepenen aan het Agentschap.
Op 11 oktober 2021 ontving het bestuur een antwoord van het Agentschap Binnenlands Bestuur betreffende de klacht. Daarin schrijft de waarnemend Gouverneur dat de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van 5 juli 2021 waarin het weigerde de aangepaste startnota fietspadendossier Eikstraat te bezorgen aan raadslid De Roubaix onwettig is.
Het bestuur wordt verzocht om het gevraagde document alsnog te bezorgen aan het raadslid De Roubaix.
Enig artikel: De gemeenteraad neemt kennis van het schrijven van het Agentschap Binnenlands Bestuur m.b.t. de klacht rond het inzagerecht.