Terug
Gepubliceerd op 01/12/2025

Besluit  Gemeenteraad

di 21/10/2025 - 19:30

Verzet beoogde bijkomende dotatie op basis van de responsabiliseringsbijdrage door de federale regering

Aanwezig: Luc Decrick, Voorzitter
Peter Van Cutsem, Burgemeester
Kristof De Cuyper, Hanneke Agneessens, Suzanne De Cort, Schepenen
Eddy Timmermans, Rudi Seghers, Patrick Vanbellinghen, Saskia Beeckmans, Marleen Pollé, Sander Geerts, Lotte Van Cutsem, Johan Peetroons, Frieda Moriau, Raadsleden
Leen Deneyer, Algemeen directeur
Verontschuldigd: Greta Cochez, Raadslid
Aanleiding

De Vlaamse Regering heeft in het kader van de Septemberverklaring van 22 september 2025 beslist om de Vlaamse dotatie op basis van de responsabiliseringsbijdrage in totaal met 38 miljoen euro per jaar te verminderen vanaf 2027. Dit in tegenstelling tot eerdere beloftes in het kader van het Vlaams Regeerakkoord 2024-2029 en net wanneer lokale besturen in de laatste rechte lijn zitten om de voorbereidingen voor het meerjarenplan 2026-2031 af te ronden. Deze beslissing impliceert dat de meeste besturen terug naar de tekentafel moeten om moeilijke beslissingen te nemen, zoals het schrappen van geplande projecten, snoeien in de exploitatie-uitgaven of de inkomsten verhogen, bijvoorbeeld door het optrekken van tarieven van belastingen of retributies.

Tegelijk beoogt de federale regering om te voorzien in een bijkomende dotatie op basis van de responsabiliseringsbijdrage, maar enkel voor besturen die gelegen zijn op het grondgebied van een gemeente die minstens 100 000 inwoners telt. Met andere woorden: enkel de grootsteden en hun verbonden entiteiten komen in aanmerking.

Regelgeving

De gemeenteraad is bevoegd op basis van artikel 40 en 41 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017.

Feiten en context

Het federale parlement heeft op 10 juli 2025 in de plenaire vergadering het wetsontwerp houdende diverse bepalingen , zoals op 3 juli 2025 werd overgemaakt door de federale regering, via een urgentieverklaring op de agenda van de Kamer geplaatst. Dit ontwerp bundelt  een  aantal  voorstellen  die  ressorteren  onder  een  brede  waaier  van beleidsdomeinen. Artikel 125 van dit wetsontwerp beoogt om de responsabiliseringsfacturen van de lokale besturen te verlichten.

 

Omdat het budget dat de federale regering hiervoor voorziet naar eigen zeggen relatief beperkt is ten opzichte van de totale som aan responsabiliseringsbijdrage die de lokale besturen in de komende periode zullen verschuldigd zijn, is het volgens de federale regering aangewezen om het budget doelgericht aan te wenden en enkel de responsabiliseringsbijdrage van een bijzondere categorie van lokale besturen te verlichten. Meer specifiek krijgen enkel de besturen die gesitueerd zijn op het grondgebied van een gemeente met meer dan 100 000 inwoners een dotatie ter verlichting van de responsabiliseringsfactuur. Dit betekent dat enkel besturen met een maatschappelijke zetel die gevestigd is op het grondgebied van de gemeenten Antwerpen, Gent, Charleroi, Brussel, Luik, Schaarbeek, Anderlecht, Brugge, Namen en Leuven momenteel in aanmerking komen hiervoor .

 

Het is positief dat de federale overheid initiatief neemt om de pensioenlasten van lokale besturen te verminderen. De manier waarop deze ondersteuning wordt vormgegeven, is evenwel juridisch niet robuust, beleidsmatig niet correct en fundamenteel onrechtvaardig.

 

Om te beginnen is de Raad van State zeer kritisch over de voorgestelde maatregel, waarbij wordt verwezen naar het gelijkheidsbeginsel en het non-discriminatiebeginsel beschreven in artikel 10 en 11 van de Grondwet, die hier volgens de Raad in het gedrang komen. Reden: het gemaakte onderscheid tussen steden en gemeenten zou niet objectief en afdoende verantwoord worden. De Raad geeft met name aan dat de keuze voor de norm van 100 000 inwoners niet afdoende gemotiveerd wordt door de indieners van het wetsontwerp om te kunnen oordelen of dit criterium al dan niet objectief is. De motivering van dit criterium (van 100 000 inwoners) door de federale regering, namelijk dat er een positief verband zou bestaan tussen de nominale hoogte van de respo-factuur en het aantal inwoners, is niet afdoende.

Deze bepaling zal de grondwettelijke toets wellicht dus niet doorstaan wanneer ze wordt aangevochten. Daarnaast voelt het gewoonweg oneerlijk aan voor alle andere besturen, die ook kampen met zware financiële uitdagingen. Ook kleine besturen worden geconfronteerd met de exploderende uitgaven voor de financiering van de pensioenen van gepensioneerde statutaire medewerkers.

 

Ook het gegeven dat andere besturen (dan gemeenten en OCMW’s) die gevestigd zijn op het grondgebied van een gemeente met minstens 100 000 inwoners automatisch begunstigde zijn van deze regeling zonder rekening te houden met de grootte van de financiële uitdaging die de responsabiliseringsbijdrage voor hen creëert, versterkt de kritiek dat de schaars beschikbare middelen niet optimaal aangewend worden via de voorgestelde regeling.

Vanuit beleidsmatig oogpunt zou het dan ook beter zijn om andere criteria dan louter het inwonersaantal in overweging te nemen, om op die manier parameters en ratio’s te bepalen die het best de mate waarin een bestuur een financieel risico loopt omwille van de pensioenlasten vatten en subsidiëring vanuit de federale overheid daarop te enten. Of nog beter: simpelweg het systeem hanteren dat ook de Vlaamse overheid gebruikt bij de dotatie op basis van de responsabiliseringsbijdrage, i.e. het terugbetalen van een gelijk deel van de eigenlijke pensioenfactuur aan alle betrokken besturen.

Financieel advies/visum

Er zijn kosten verbonden aan het inleiden van een beroep tot vernietiging bij het Grondwettelijk Hof. Indien er met verschillende andere besturen kan samengewerkt worden om één vertegenwoordigende raadsman aan te stellen, kunnen de kosten voor lokaal bestuur Pepingen gereduceerd worden.

Besluit

Afgekeurd, met 6 stemmen voor (Eddy Timmermans, Rudi Seghers, Saskia Beeckmans, Sander Geerts, Lotte Van Cutsem, Johan Peetroons), 8 stemmen tegen (Luc Decrick, Peter Van Cutsem, Kristof De Cuyper, Hanneke Agneessens, Suzanne De Cort, Patrick Vanbellinghen, Marleen Pollé, Frieda Moriau):

 

Artikel 1

De gemeenteraad keurt de door de federale regering beoogde regeling via artikel 125 van het ontwerp van wet houdende diverse bepalingen, waardoor enkel besturen die gelegen zijn op het grondgebied van een gemeente met minstens 100 000 inwoners een extra dotatie op basis van de responsabiliseringsbijdrage krijgen, ten stelligste af.

Artikel 2

De gemeenteraad geeft opdracht aan het college van burgemeester en schepenen om een afschrift van deze beslissing over te maken aan de Federale Regering, vertegenwoordigd door de eerste Minister, en de evoluties inzake dit dossier nauwgezet op te volgen.